Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de officier van justitie: mr .D.M.A. van der Zwan;
- de advocaat van de verdachte: mr. M. Veldman.
2.Tenlastelegging
- de minderjarige [slachtoffer] , geboren op [2012] , heeft verworven, vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting, en
- door misbruik van feitelijke omstandigheden, voortvloeiend uit overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of heeft bewogen om zich beschikbaar te stellen tot het plegen van winkeldiefstallen, en
- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van de minderjarige [slachtoffer] .
3.Bewijs
(de rechtbank begrijpt: de medeverdachte). Ik hoorde dat [medeverdachte] zei dat een medeverdachte, welke ook in de ruimte aanwezig was, haar dochter was. Haar dochter bleek later te zijn: [slachtoffer] , geboren op [2012] te [geboorteplaats] . Ik had de identiteit van [slachtoffer] vastgesteld via een controle in de politiesystemen. Ik zag dat er ook een derde verdachte aanwezig was. Deze verdachte bleek na een controle in de politiesystemen te zijn: [verdachte] , geboren op [1995] te [geboorteplaats] (
de rechtbank begrijpt: de verdachte). [4]
modus operandi. Uit de beschrijving van de camerabeelden van de supermarkt op 8 mei 2023 volgt dat [slachtoffer] samen met de verdachte de winkel binnenloopt, twee winkelmandjes pakt en één van deze mandjes aan de verdachte geeft. Vervolgens lopen zij apart van elkaar door de winkel, waarbij geen communicatie tussen beiden wordt waargenomen. [slachtoffer] pakt producten uit de winkel, waaronder verzorgingsproducten voor volwassenen, waarbij de indruk wordt gewekt dat zij niet twijfelt over de keuze van de producten. Zij komt samen met de verdachte aan bij de zelfscankassa. Er staat een winkelmand, gevuld met producten, achter [slachtoffer] . Een aantal goederen uit het mandje van de verdachte worden gescand en betaald, maar de goederen uit de mand van [slachtoffer] worden niet gescand. Samen lopen zij door de poortjes bij de kassa en worden vervolgens aangesproken door een medewerker van de supermarkt. De rechtbank merkt op dat [slachtoffer] op 6 mei 2023 samen met haar moeder (de medeverdachte) dezelfde supermarkt binnenkwam, allebei een mandje pakten, los van elkaar de winkel doorliepen, waarbij [slachtoffer] ook niet leek te twijfelen over de keuze van de producten, waarbij zij uiteindelijk ook samen met haar moeder bij de zelfscan kassa stond en er een mand met winkelgoederen achter hen stond, waar geen enkel goed uit werd gescand. Ditzelfde handelen gebeurt dus twee dagen later, op 8 mei 2023, door de verdachte en [slachtoffer] . De medeverdachte komt op 8 mei 2023 de winkel binnen nadat de verdachte en [slachtoffer] zijn aangesproken door het winkelpersoneel en verklaart direct, zonder dat haar iets is gezegd of gevraagd, dat haar 10-jarige dochter [slachtoffer] de goederen heeft weggenomen. Naar het oordeel van de rechtbank waren de verdachte en zijn medeverdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm aanwezig in (en bij) de supermarkt met het kennelijke doel om diefstal te plegen op de hiervoor omschreven wijze. Voor het bewerkstelligen van deze plannen hebben zij samen de dochter van de medeverdachte ingezet.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Toegepaste wetsartikelen
7.De beslissing
een gevangenisstraf van 3 maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
een taakstraf van 60 uren;
in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.