Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op haar aanvraag van 13 mei 2024 voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank draagt de Dienst Toeslagen op om uiterlijk 7 juli 2026 een besluit te nemen. Voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, moet een dwangsom van € 50,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-. Omdat inmiddels 42 dagen zijn verstreken sinds ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op € 1.442,-.
Daarnaast wordt de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 53,-). De rechtbank verwijst voor de motivering van de termijnen en dwangsom naar een eerdere uitspraak van 25 juli 2025.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier I. van Ittersum op 12 september 2025. Eiseres kan tegen deze uitspraak binnen zes weken beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.