Eiseres heeft op 20 juni 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van maximaal 52 weken een besluit genomen. Eiseres stelde verweerder bij brief van 24 juni 2025 in gebreke en diende op 15 juli 2025 een beroepschrift in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, met een uiterste beslistermijn gesteld op 14 augustus 2026. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €50,- per dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €1.442,- over de reeds verstreken 42 dagen sinds ingebrekestelling. De proceskosten van eiseres worden vergoed tot een bedrag van €453,50, en het betaalde griffierecht van €53,- wordt eveneens aan eiseres vergoed.
Partijen hebben afgezien van een zitting. De rechtbank verwijst voor de motivering van de termijnen en dwangsommen naar een eerdere uitspraak van 25 juli 2025 en 25 oktober 2024. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en uitgesproken in het openbaar op 15 september 2025.