Eiseres heeft op 13 mei 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig een besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 15 juni 2025 schriftelijk in gebreke en diende op 12 juli 2025 een beroepschrift in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen, uiterlijk binnen twee weken na verzending van deze uitspraak, tenzij een bijzondere termijn geldt. In dit geval geldt een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 52 weken, wat neerkomt op uiterlijk 7 juli 2026.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag dat verweerder de termijnen overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op € 1.442,-. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 53,-).
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en bevestigt de rechtsbescherming van belanghebbenden tegen besluitverzuim.