ECLI:NL:RBMNE:2025:5152
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- M.E. Heineman
- A.F. Hermans
- N.A.J. Purcell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster heeft via haar gemachtigde een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak, omdat de rechter twijfelde aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde en om een aanvullende schriftelijke verklaring van verzoekster vroeg. De gemachtigde ervoer dit als een schijn van vooringenomenheid en druk, mede door een dreiging met inschakeling van de recherche.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het vragen om een aanvullende machtiging een procesbeslissing is die nooit een grond voor wraking kan vormen, tenzij deze onmiskenbaar blijk geeft van vooringenomenheid. De kamer constateerde dat het stellen van kritische vragen en het verlangen van aanvullende documenten binnen de taak van de rechter valt en dat er geen sprake is van vooringenomenheid.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.