ECLI:NL:RBMNE:2025:5158
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opleggen rijvaardigheidsonderzoek in plaats van Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer niet correct omgezet
Eiseres werd op 18 juni 2024 staande gehouden vanwege gevaarlijk rijgedrag, waarna het CBR eerst een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) oplegde. Na bezwaar wijzigde het CBR dit in een rijvaardigheidsonderzoek. Eiseres betwistte dit en stelde dat het besluit in strijd was met het verbod op reformatio in peius en dat zij de verkeersveiligheid niet ernstig in gevaar had gebracht.
De rechtbank oordeelde dat het CBR bevoegd was het rijvaardigheidsonderzoek op te leggen, omdat het mutatierapport van de politie een vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid wekte. De stelling van eiseres dat de feiten anders waren, was onvoldoende onderbouwd. Het verbod op reformatio in peius werd niet geschonden omdat het CBR de EMG terecht verving door het rijvaardigheidsonderzoek.
Wel was de omzetting van de EMG naar het rijvaardigheidsonderzoek niet correct verlopen; het CBR had het nieuwe besluit direct moeten nemen in plaats van eerst alleen de EMG te herroepen en later het rijvaardigheidsonderzoek op te leggen. Dit was in strijd met artikel 7:11 lid 2 van Pro de Awb. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat de uitkomst niet anders zou zijn geweest.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het CBR werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres vanwege de gebrekkige besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het CBR moet griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.