Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met twee producties;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert eiser vergoeding van schade aan twee oldtimers die in juli 2023 door een groep jongeren zijn beschadigd na een inbraak in een opslagruimte. Eiser stelt dat het kind van gedaagde sub 1, dat jonger is dan veertien jaar, deel uitmaakte van deze groep en daardoor aansprakelijk is voor een zevende deel van de schade. Omdat het kind niet rechtstreeks aansprakelijk kan worden gesteld, vordert eiser betaling door de ouders op grond van kwalitatieve aansprakelijkheid volgens artikel 6:169 lid 1 BW Pro.
De kantonrechter stelt vast dat eiser voldoende heeft onderbouwd dat het kind betrokken was bij de beschadiging van de zwarte oldtimer, onder meer met verklaringen van medeverdachten en een lijst van verdachten uit het politieonderzoek. De ouders van het kind hebben onvoldoende tegenbewijs geleverd ondanks hun verzwaarde motiveringsplicht. De vordering voor schade aan de Peugeot wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van betrokkenheid.
De schade aan de zwarte oldtimer is vastgesteld op € 13.097,04, waaruit het aandeel van de ouders wordt vastgesteld op € 1.871,00. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de vordering tot betaling van de schade wordt toegewezen, terwijl het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Ouders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 1.871,00 schadevergoeding, incassokosten en proceskosten wegens schade veroorzaakt door hun kind onder veertien jaar.