Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, Uwv
)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, werkzaam als [functie] voor 23,91 uur per week, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering die door het UWV werd afgewezen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar handhaafde het UWV het besluit, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank beoordeelde of het UWV terecht had besloten geen WIA-uitkering toe te kennen. De medische beoordeling door de verzekeringsarts en de functionele mogelijkhedenlijst (fml) werden als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd beschouwd. De aangenomen urenbeperking van 24 uur per week en maximaal 6 uur per dag werd als passend gezien, mede gelet op de fysieke en psychische klachten van eiseres.
Eiseres voerde aan dat de medische beoordeling onjuist was en dat de arbeidsdeskundige voorbeeldfuncties niet uitvoerbaar waren, mede door medicatiegebruik. De rechtbank vond echter dat de arbeidsdeskundige voldoende rekening had gehouden met de beperkingen en dat de actuele behandeling na de peildatum geen rol speelt in deze beoordeling.
Het bestreden besluit werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het UWV terecht de WIA-uitkering weigerde. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.