Eiser heeft een woning geërfd van zijn overleden vader en deze woning inmiddels verkocht, maar de levering heeft nog niet plaatsgevonden. De partner van de overleden vader, gedaagde, woont nog in de woning zonder recht of titel en weigert deze te verlaten. Eiser vordert daarom onder meer dat gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen na het vonnis, op straffe van een dwangsom.
De voorzieningenrechter constateert dat gedaagde niet is verschenen en verstek is verleend. Hierdoor worden de vorderingen van eiser toegewezen, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond zijn. Gezien het ontbreken van verweer en het feit dat eiser eigenaar is en gedaagde zonder recht verblijft, wordt de ontruiming toegewezen. De rechter acht het zeer waarschijnlijk dat eiser in een bodemprocedure gelijk krijgt.
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. Er wordt geen dwangsom opgelegd omdat de rechter onvoldoende grond ziet voor een dergelijke prikkel. Eiser kan bij niet-nakoming de deurwaarder inschakelen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.