ECLI:NL:RBMNE:2025:5230

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
7 oktober 2025
Zaaknummer
C/16/600587 / FT RK 25/994
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening in verband met dreigende ontruiming van een huurwoning

In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 7 oktober 2025 een beschikking gegeven in het kader van een verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 van de Faillissementswet (Fw). De verzoekster, een vrouw geboren in 1997, heeft een verzoek ingediend om de ontruiming van haar huurwoning te schorsen, omdat zij in afwachting is van een beslissing op haar verzoekschrift voor schuldsanering. De stichting Portaal, de verhuurder, heeft aangekondigd de woning te ontruimen vanwege een aanzienlijke huurachterstand van meer dan € 11.000. De rechtbank heeft de belangen van de verzoekster, die een minderjarig kind heeft en werkt aan haar financiële stabiliteit, afgewogen tegen de belangen van Portaal, die recht heeft op huurinkomsten en de ontruiming op basis van een eerder vonnis kan doorzetten. De rechtbank concludeert dat de verzoekster voldoende tijd heeft gehad om haar financiële situatie te stabiliseren, maar dat de huurschuld is blijven oplopen. De rechtbank wijst het verzoek af, omdat de belangen van Portaal zwaarder wegen dan die van de verzoekster. De beslissing is openbaar uitgesproken door rechter P.J. Neijt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/600587 / FT RK 25/994
uitspraakdatum: 7 oktober 2025
Beschikking op grond van artikel 287 lid 4 Fw (voorlopige voorziening) van
7 oktober 2025
in de zaak van
mevrouw
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1997,
wonende te [adres]
[postcode] [plaats] ,
advocaat: mr. M. Raaijmakers te Amsterdam,
hierna: [verzoekster] ,
tegen
de stichting
STICHTING PORTAAL,
gevestigd te Utrecht,
gemachtigde: Jongerius Gerechtsdeurwaarder,
hierna: Portaal.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure volgt uit:
- het verzoek op grond van artikel 287b Fw van 6 oktober 2025;
- de e-mail van mr. Raaijmakers van 6 oktober 2025.
1.2.
[verzoekster] heeft een verzoek gedaan op grond van artikel 287b Fw. Een dergelijk verzoek wordt op zitting behandeld. Dit volgt uit de artikelen 287b lid 3 en 287a lid 2 Fw. De rechtbank heeft de behandeling bepaald op 13 oktober 2025 om 10.30 uur.
1.3.
[verzoekster] heeft in de e-mail van 6 oktober 2025 gevraagd om, vooruitlopend op de behandeling van het verzoek, een voorlopige voorziening af te geven, zodat nog vandaag de ontruiming wordt geschorst. De rechtbank zal de e-mail aanmerken als een verzoek op grond van artikel 287 lid 4 Fw.

2.De beoordeling

Is sprake van een spoedeisende situatie?
2.1.
Portaal heeft op 18 september 2025 aangezegd de woning morgen ( [datum] 2025) te zullen ontruimen. Er is dus sprake van een spoedeisende situatie.
Moet de ontruiming worden tegengehouden?
2.2.
Het verzoek moet worden beoordeeld door afweging van de belangen van [verzoekster] enerzijds en de belangen van Portaal anderzijds, steeds in het licht van de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van [verzoekster] .
2.3.
Het belang van [verzoekster] bestaat eruit dat zij in afwachting van een beslissing van deze rechtbank op het door haar ingediende verzoekschrift op grond van artikel 287a Fw in haar huurwoning kan blijven wonen. Het belang van Portaal bestaat eruit dat zij tot ontruiming van de woning kan overgaan op basis van het daartoe verkregen vonnis. Vervolgens kan Portaal weer huurinkomsten ontvangen, door de woning te verhuren aan een ander.
2.4.
[verzoekster] heeft er belang bij om in de woning te blijven, omdat zij toewerkt naar een schuldsanering. Om dit te bereiken is belangrijk dat een stabiele financiële situatie wordt bereikt. Een woningontruiming zou dit doorkruisen. Verder heeft [verzoekster] belang bij haar woning, omdat zij een minderjarig kind heeft. Dit is een zwaarwegend belang, maar - anders dan de advocaat van [verzoekster] lijkt te betogen- is niet juist dat de aanwezigheid van een minderjarig kind steeds betekent dat een woning niet kan worden ontruimd.
2.5.
De belangen van [verzoekster] zijn al eerder door de rechtbank gewogen, namelijk door de kantonrechter op 16 juli 2025 in het kader van artikel 6:265 lid 1 BW en daarna opnieuw in het kader van eerdere procedures op grond van artikel 287b Fw. De rechtbank vindt opnieuw dat de belangen van Portaal zwaarder wegen dan die van [verzoekster] . Daarbij is het volgende van belang.
2.6.
[verzoekster] heeft voldoende tijd gehad om haar financiële situatie te stabiliseren. Portaal heeft al op 12 november 2024 een vroegsignalering bij de gemeente gedaan voor schuldhulpverlening, omdat [verzoekster] toen al een huurachterstand had van ruim € 3.000. De huurschuld bleef echter verder oplopen, zodat [verzoekster] werd gedagvaard en op 19 maart 2025 bij verstek werd veroordeeld tot betaling van een huurachterstand van ruim € 5.000. Op 11 april 2025 krijgt [verzoekster] een beschermingsbewindvoerder, maar de huurachterstand blijft oplopen. [verzoekster] heeft tevergeefs verzet aangetekend. Op 16 juli 2025 wordt [verzoekster] veroordeeld tot betaling van een huurachterstand van ruim € 8.000 en tot ontruiming van de woning.
2.7.
Vervolgens heeft [verzoekster] gevraagd om de ontruiming van de woning op te schorten. De rechtbank wijst op 13 augustus 2025 het verzoek af, omdat niet aannemelijk is dat [verzoekster] in staat is de huur te betalen. Zij heeft geen betaald werk en de uitkering op grond van de Participatiewet is afgewezen.
2.8.
[verzoekster] doet kort daarna een tweede verzoek op grond van artikel 287b Fw. Zij heeft nog altijd geen inkomsten, maar zij stelt dat haar moeder de huur voor haar kan betalen. Een voorlopige voorziening wordt afgegeven, de ontruiming wordt tijdelijk opgeschort en het verzoek van [verzoekster] wordt verder inhoudelijk behandeld op 10 september 2025. Op 11 september 2025 wordt het verzoek alsnog afgewezen. De rechtbank constateert dat [verzoekster] nog altijd geen inkomen heeft. In de maand augustus 2025 geeft zij desondanks € 2.639,69 uit, aan bijvoorbeeld taxiritten, de kosten voor een theorie-examen en het terugbetalen van bepaalde leningen. De situatie is ook dan nog niet stabiel en [verzoekster] heeft niet de intentie om een schuldhulpverleningstraject te starten, aldus de rechtbank.
2.9.
[verzoekster] stelt nu dat de rechter eerder is uitgegaan van onjuiste feiten. Zelfs als dit klopt, geldt dat geen sprake is van zodanig nieuwe of andere feiten, dat de eerdere beslissingen onjuist zouden zijn. De stelling dat [verzoekster] in augustus een groot bedrag aan ten onrechte ontvangen toeslagen heeft terugbetaald, maakt niet dat de ontruiming nu zou moeten worden geschorst.
2.10.
De beschermingsbewindvoerder heeft in een brief van 6 oktober 2025 verklaard dat [verzoekster] een fulltime baan heeft. Uit de overgelegde stukken blijkt iets anders. Daarin staat dat [verzoekster] is aangenomen voor 8 uur per week. Het groeien in uren kost tijd omdat haar werkgever nieuwe cliënten in zorg moeten nemen om aan [verzoekster] te koppelen. De beschermingsbewindvoerder schrijft verder dat [verzoekster] haar uiterste best doet om haar financiële situatie te stabiliseren, maar kennelijk is dit nog altijd niet gelukt. De huurschuld bedraagt inmiddels meer dan € 11.000.
2.11.
Kortom: [verzoekster] heeft de gelegenheid gekregen haar financiële situatie te stabiliseren. De huurschuld bij Portaal is al die tijd alleen maar verder opgelopen. Onder alle hiervoor geschetste omstandigheden prevaleert het belang van Portaal bij ontruiming van de woning boven de belangen van [verzoekster] en de gezamenlijke schuldeisers bij het behouden van haar woning om alsnog een schuldsanering te kunnen starten.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek op grond van artikel 287 lid 4 Fw af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.