Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 16 april 2025, met producties 1 t/m 4;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
‘Deze overeenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd en wel tot 1 januari 2041. (Zie ook art. 4 lid Pro 1)'. [gedaagde] vindt dat artikel 4 lid 1 van Pro de huurovereenkomst niets zegt over de looptijd van de overeenkomst, maar over de mogelijkheid tot tussentijdse opzegging tot 1 januari 2091 in het geval van een herstructurering. [2] Een opzegging staat volgens haar los van de looptijd.
‘Artikel 10 Herstructurering Pro [gedaagde] ’. Hierin staat dat de nieuwe huurder geen bezwaar (bij de gemeente) mag maken tegen de beoogde bouwplannen van [gedaagde] en dat [gedaagde] hieraan een direct opeisbare boete van € 50.000,00 koppelt. Deze bepaling staat niet in de huurovereenkomst van [eiser sub 1] c.s.. Ook uit de mails en brieven tussen [gedaagde] en een andere chaleteigenaar [12] volgt dat [gedaagde] haar medewerking aan contractsovername afhankelijk heeft gesteld van de totstandkoming van een nieuwe huurovereenkomst. Deze nieuwe huurovereenkomst verschilde bijvoorbeeld in looptijd en de (on)mogelijkheid tot onderverhuur.
onvoorwaardelijkmeewerkt aan contractsovername, maar de huurovereenkomst verbindt juist voorwaarden aan het overdragen van de huurovereenkomst (zie 3.16). Dit is dus niet onvoorwaardelijk en dit staat daarom ook niet zo in de beslissing. Los daarvan kan de kantonrechter zich voorstellen dat [gedaagde] er belang bij heeft dat een eventuele afspraak met een nieuwe koper bijvoorbeeld binnen kantoortijden plaatsvindt.