Eiseres maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning die van rechtswege was verleend en werd gepubliceerd op 29 december 2023. Het bezwaar werd ingediend op 8 mei 2024, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens deze termijnoverschrijding.
Eiseres stelde dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding vanwege onjuiste plankaarten bij de publicatie, verkeerde procedure-aanduiding en het niet ontvangen van meldingen via de berichtenservice. De rechtbank oordeelde dat de publicatie voldoende duidelijk en adequaat was, ondanks de onjuiste plankaart, en dat het aanmelden bij de berichtenservice niet leidt tot gerechtvaardigd vertrouwen op volledige berichtgeving.
De rechtbank stelde vast dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, zonder inhoudelijke beoordeling van de vergunning zelf. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.