ECLI:NL:RBMNE:2025:5258

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
UTR 25/2524
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd na een periode van ziekte en wachttijd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij op de beoordelingsdatum minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bleef de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35%.

De rechtbank toetst of het UWV de afwijzing terecht heeft gedaan en stelt vast dat de medische rapporten zorgvuldig, consistent en begrijpelijk zijn opgesteld. Eiseres heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om het oordeel van het UWV te weerleggen. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geduide functies is passend en houdt rekening met de beperkingen van eiseres.

Eiseres voerde aan dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen vanwege haar fysieke en psychische klachten, waaronder spanningsklachten en medicatiegebruik, maar de rechtbank volgt deze stelling niet. Er is geen sprake van duurzame arbeidsongeschiktheid die recht geeft op een WIA-uitkering.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt terecht geweigerd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2524

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R. Küçükünal),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(gemachtigde: Mw. S.N. Westmaas-Kanhai).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om aan haar een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA-uitkering) toe te kennen. Het Uwv heeft deze WIA-uitkering geweigerd, omdat eiseres op de beoordelingsdatum minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het Uwv de WIA-uitkering terecht heeft geweigerd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv terecht aan eiseres geen WIA-uitkering heeft toegekend. De rechtbank kan de medische- en arbeidskundigebeoordeling volgen. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Voorgeschiedenis en besluitvorming

2. Eiseres heeft zich op 26 januari 2022 ziek gemeld, terwijl zij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving. Na het doorlopen van de wachttijd van 104 weken heeft eiseres op 22 oktober 2023 een WIA-uitkering aangevraagd. Het Uwv heeft de aanvraag van eiseres met het besluit van 16 januari 2024 afgewezen, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was (namelijk 23,62%). Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Naar aanleiding van de bezwaren heeft een verzekeringsarts bezwaar en beroep opnieuw onderzoek gedaan en in meer rubrieken in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) beperkingen aangenomen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vanwege de aanpassing in de FML het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) opnieuw geraadpleegd. De eerder geduide voorbeeldfuncties waren niet langer geschikt, maar de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep kon wel drie andere voorbeeldfuncties en één reserve functie duiden. Dat heeft geleid tot een aanpassing van de mate van arbeidsongeschiktheid naar 27,15%. Aangezien eiseres dus nog steeds minder dan 35% arbeidsongeschikt was, is het Uwv met het bestreden besluit van 8 april 2025 op het bezwaar van eiseres bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft gereageerd met een verweerschrift en rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 5 juni 2025 en rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 11 juni 2025.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.

Beoordeling door de rechtbank

Grondslag van het besluit
3. Het Uwv legt aan het bestreden besluit ten grondslag dat eiseres op 24 januari 2024 minder dan 35% arbeidsongeschikt is, namelijk 27,15%. Volgens het Uwv is eiseres ongeschikt voor haar eigen werk, maar wel geschikt voor ander werk.
Beoordelingskader
4. Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel aan de volgende drie voorwaarden voldoen. De rapporten:
- zijn op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;
- bevatten geen tegenstrijdigheden;
- zijn voldoende begrijpelijk.
4.1
De rapporten en de besluiten die daarop gebaseerd zijn, zijn in beroep wel aanvechtbaar. Het is echter aan de eisende partij om aan te voeren (en zo nodig aannemelijk te maken) dat de rapporten niet aan de drie genoemde voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de drie genoemde voorwaarden is voldaan. Voor het aannemelijk maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf zijn gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is.
4.2
De rechtbank benadrukt verder dat bij deze beoordeling van belang is dat het gaat om de medische situatie van eiseres op de zogenaamde datum in geding, de beoordelingsdatum. Dat is in dit geval 24 januari 2024.
Beoordeling van de beroepsgronden van eiseres
5. Eiseres voert aan dat dat het onderzoek door het Uwv onvoldoende is uitgevoerd en dat sprake is van schending artikel 3:2 van Pro de Algemene Wet bestuursrecht. Tijdens de zitting heeft zij toegelicht dat zij hiermee bedoelt dat de vertaalslag van haar klachten naar de aangenomen beperkingen in de FML onvoldoende is. De rechtbank zal deze grond daarom als inhoudelijke grond betrekken bij de medische beoordeling.
De medische beoordeling
6. Eiseres heeft tijdens de zitting haar beroepsgronden verduidelijkt. Er moeten volgens haar meer beperkingen opgenomen worden in de rubrieken: persoonlijk en sociaal functioneren, dynamisch handelen en statische houdingen. Zij is namelijk slachtoffer van de toeslagenaffaire en heeft last van spanningsklachten. Zij gebruikt diverse medicatie. Zij ondervindt veel lichamelijke klachten en is niet in staat om 30 uur per week te werken.
6.1
Het Uwv voert aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 1 april 2025 heeft beargumenteerd waarom de aangenomen beperkingen nodig zijn en waarom er geen reden is om deze uit te breiden.
6.2
In het rapport van 1 april 2025 motiveert de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat er beperkingen aangenomen moeten worden vanwege de fysieke en psychische klachten die eiseres ondervindt. Uit het rapport volgt dat met bepaalde klachten van eiseres geen rekening wordt gehouden, omdat deze klachten van na de beoordelingsdatum zijn. Uit het rapport volgt verder dat rekening is gehouden met haar psychische klachten. Er zijn namelijk beperkingen aangenomen om stress te vermijden. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt uit anamnese niet dat eiseres problemen heeft met contacten met anderen en ook uit de medische informatie komt dit niet naar voren. Er is daarom voor dit punt geen beperking aangenomen. Bij het onderzoek van 60 minuten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep worden geen beperkingen gezien ten aanzien van de aandacht en het geheugen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep houdt rekening met de ervaren spanningsklachten en heeft daarom beperkingen aangenomen ten aanzien van deadlines, productiepieken en een werksituatie zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen. Verder motiveert de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat eiseres na de beoordelingsdatum zeer stresserende ervaringen heeft gehad in de privésfeer waardoor de stressklachten sterk zijn toegenomen. Deze toename valt echter buiten het huidige beoordelingskader. Uit het rapport volgt verder dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep rekening heeft gehouden met de fysieke beperkingen ten aanzien van het bewegingsapparaat, inclusief de klachten aan enkel, knieën en schouder. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveert dat de lichte tremor van de linker, niet dominante hand, niet leidt tot beperkingen ten aanzien van functioneren. En dat de ervaren tremor aan de rechter hand pas na de beoordelingsdatum is ontstaan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveert dat eiseres beperkt is voor het werken in de nacht en aangewezen is op regelmatige werktijden. En vanwege de diabetes mellitus type 2 in combinatie met de stress gerelateerde klachten is het aannemelijk dat er door een ontregelde glucose een stoornis is in de energiehuidhouding. De verzekeringsarts bezwaar en beroep neemt daarom een urenbeperking aan van maximaal 6 uur per dag, maximaal 30 uur per week aan. Tot slot motiveert de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport dat eiseres een grote lijst aan medicatie heeft en dat ieder middel ook bijwerkingen heeft. De geclaimde bijwerking van vermoeidheid acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet of nauwelijks toe te schrijven aan de gebruikte medicatie, omdat geen van deze middelen is vermeld in de lijst van middelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, dus bijvoorbeeld ook geen grote invloed hebben op vermoeidheid.
6.3
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 1 april 2025 begrijpelijk en concreet motiveert hoe hij tot zijn conclusies is gekomen. In de aanvullende rapportage van 5 juni 2025 reageert de verzekeringsarts bezwaar en beroep en wordt ingegaan op de argumenten van eiseres. Daarin blijft deze arts bij zijn eerdere bevindingen en conclusies. De rechtbank kan dit medisch oordeel volgen. Eiseres heeft geen nadere medische stukken ingebracht om hiermee het gemotiveerde standpunt van de verzekeringsartsen te weerleggen. Eiseres heeft dan ook onvoldoende twijfel gezaaid dat het medisch oordeel onjuist is. Het feit dat eiseres het er niet mee eens is en daarom vindt dat er meer beperkingen aangenomen moeten te worden is onvoldoende. De beroepsgrond slaagt niet.
Arbeidskundige beoordeling
7. Eiseres voert aan dat de geduide functies niet passend zijn. Bij de beoordeling is onvoldoende rekening gehouden met de samenhang tussen haar fysieke en psychische klachten en de specifieke belastingen van de geduide functies. Zij is mening dat zij op arbeidskundige gronden volledig arbeidsongeschikt moet worden geacht, uitgaande van meer beperkingen. Volgens eiseres is deze arbeidsongeschiktheid ook duurzaam. Zij heeft tijdens de zitting toegelicht dat zij dit baseert op aanvullende beperkingen.
7.1
Het Uwv voert aan dat de arbeidsdeskundige in het rapport van 7 april 2025 heeft gemotiveerd dat de geduide functies passend zijn.
7.2
De rechtbank stelt vast dat uit het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 7 april 2025 volgt dat er geen knelpunten in de geduide functies zijn. Dit betekent dat eiseres in staat geacht kan worden om deze functies te verrichten, waarbij rekening is gehouden met haar beperkingen. In zijn aanvullende rapportage van 11 juni 2025 reageert de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep op de argumenten van eiseres en legt waarom hij bij zijn conclusies blijft. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres haar beroepsgrond baseert op verdergaande medische beperkingen. De rechtbank heeft onder punt 6.3 geoordeeld dat zij het medisch oordeel van het Uwv kan volgen. Uitgaande van de juiste vaststelling van de beperkingen van eiseres in de FML, ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de geschiktheid van de geduide voorbeeldfuncties. Met het rapport van de arbeidskundige bezwaar en beroep van 7 april 2025, gelezen in samenhang met het verzekeringsgeneeskundige rapport van 1 april 2025 en de gegevens uit het CBBS, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd dat de geduide voorbeeldfuncties in overeenstemming zijn met de belastbaarheid van eiseres, zoals omschreven in de FML van 1 april 2025. Daarmee is dus ook geen sprake van een situatie van duurzame arbeidsongeschiktheid, zoals eiseres stelt. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht per 24 januari 2024 aan eiseres geen WIA-uitkering heeft toegekend. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.