Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
2.Tenlastelegging
3.Bewijs en bewezenverklaring
Onze medewerker heeft uiteindelijk een afspraak gemaakt om de banken te komen ophalen op 2 juni 2023, voor een prijs van € 1.400,00 per bank. Het opgegeven adres [adres 2] in [plaats] bleek het woonadres te zijn van een van onze medewerkers uit het filiaal in Amersfoort , te weten [medeverdachte 1] . [2]
Op 14 april 2023 werd er een bedrag van € 300,00 bijgeschreven, met als tegenrekening: [rekeningnummer 2] t.n.v. Hr [medeverdachte 1] . [16]
A: Iets langer dan [contactnaam 1] , zwarte krullen. Krullen boven op zijn hoofd, niet naar achter ofzo.
C: Verbalisant toont nu een foto van verdachte [verdachte] .
A: Ja dat is hem. Met hem had ik contact toen ik in de winkel kwam. Met hem heb ik ook via de WhatsApp contact gehad. [19]
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
Ook op het gebied van financiën leken toentertijd geen problemen en de verdachte is ook niet eerder veroordeeld. De huidige situatie maakt echter dat de reclassering hier geen advies meer over kan geven. De verdachte is niet meer bij de reclassering in beeld en lijkt ook niet in Nederland te verblijven. Dit beperkt dit ook de haalbaarheid van eventuele interventies. De combinatie van deze factoren maakt dat de reclassering geen aanknopingspunten en mogelijkheden zien voor reclasseringsbemoeienis.
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering benadeelde partij
8.Toegepaste wetsartikelen
9. De beslissing
gevangenisstraf van 4 (vier) maanden;
3 (drie) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- verklaart de benadeelde partij [bedrijf] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.