Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vader, binnengekomen op 8 juli 2025;
- het verweerschrift met daarin een aantal zelfstandige verzoeken met bijlagen van de moeder, binnengekomen op 24 juli 2025;
- het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken met bijlagen van de vader van
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2.Waar de procedure over gaat
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats] .
- te bepalen dat [minderjarige 2 (voornaam)] in de zomervakantie in de oneven jaren gedurende de laatste drie weken bij de vader verblijft en in de even jaren gedurende de eerste drie weken, onder de voorwaarde dat de vader gedurende die periode fysiek beschikbaar en aanwezig is voor [minderjarige 2 (voornaam)] . De overige schoolvakanties worden in onderling overleg tussen de ouders afgestemd;
- te bepalen dat de vader en [minderjarige 2 (voornaam)] op maandag 19:00 uur en woensdag 17:30 uur met elkaar videobellen. Indien de moeder op één van deze tijdstippen verhinderd is, geeft zij dit van tevoren via een e-mail aan om een ander tijdstip af te stemmen. Deze belmomenten duren maximaal vijftien minuten in verband met de privacy van de moeder;
- een zorgregeling vast te stellen die in het belang van de kinderen is;
- te bepalen dat de vader als voorlopige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] een bedrag betaalt van € 160,- per maand per kind, dan wel een bedrag als de rechtbank meent in goede justitie te moeten bepalen, met ingang van de datum van indiening van het zelfstandig verzoek, dan wel met ingang van de datum als de rechtbank meent in goede justitie te moeten bepalen.
3.De beoordeling
- de zomervakantie: de kinderen verblijven in de even jaren de eerste drie weken aaneensluitend bij de vader en in de oneven jaren de laatste drie weken aaneensluitend;
- de kerstvakantie: de kinderen verblijven in de oneven jaren de eerste week van de kerstvakantie (de kerstweek) bij de vader en in de even jaren de tweede week van de kerstvakantie (de week van oud/nieuw);
- de voorjaarsvakantie: de kinderen verblijven in de even jaren bij de vader;
- de meivakantie: de kinderen verblijven in de oneven jaren de eerste week bij de vader en in de even jaren de tweede week;
- de herfstvakantie: de kinderen verblijven in de oneven jaren bij de vader.
4.De beslissing
- de zomervakantie: de kinderen verblijven in de even jaren de eerste drie weken aaneensluitend bij de vader en in de oneven jaren de laatste drie weken aaneensluitend;
- de kerstvakantie: de kinderen verblijven in de oneven jaren de eerste week van de kerstvakantie (de kerstweek) bij de vader en in de even jaren de tweede week van de kerstvakantie (de week van oud/nieuw);
- de voorjaarsvakantie: de kinderen verblijven in de even jaren bij de vader;
- de meivakantie: de kinderen verblijven in de oneven jaren de eerste week bij de vader en in de even jaren de tweede week;
- de herfstvakantie: de kinderen verblijven in de oneven jaren bij de vader;