ECLI:NL:RBMNE:2025:5333
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid en geschil over WIA-uitkering
Eiser ontving een WIA-uitkering op basis van een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 56,26%. Hij betwistte deze mate van beperking en stelde dat hij meer beperkt is, maar leverde geen medische rapporten ter onderbouwing.
Het UWV voerde medisch en arbeidskundig onderzoek uit, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aanpaste, leidend tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde dat deze onderzoeken zorgvuldig en uitgebreid waren uitgevoerd, inclusief neuropsychologisch onderzoek en informatie van de huisarts.
Eiser verscheen niet op de zitting en kon zijn stellingen niet met medische gegevens onderbouwen. De rechtbank vond geen reden om aan de beoordeling van het UWV te twijfelen en wees het beroep af. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid van een melding toegenomen arbeidsongeschiktheid bij het UWV voor latere herbeoordeling.
De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet tot vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A. Rademaker en griffier C.H. Verweij op 8 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid van 56,26% wordt ongegrond verklaard.