Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement in Utrecht, welke door de heffingsambtenaar op €391.000,- is vastgesteld voor het belastingjaar 2023.
De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en beoordeelt dat de heffingsambtenaar met een taxatiematrix en onderbouwing voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn vergelijkbaar en de verschillen zijn adequaat verwerkt.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, zoals de ligging aan een drukke straat, een gedateerde badkamer, een ondergemiddeld duurzaamheidsniveau, het aandeel in de VVE-reserves en de ligging/etage van het appartement. De rechtbank oordeelt dat deze gronden onvoldoende onderbouwd zijn of dat de heffingsambtenaar hier reeds rekening mee heeft gehouden.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde terecht is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Veenendaal op 16 september 2025.