Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen tien naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. Na vernietiging van zes aanslagen, zijn vier aanslagen gehandhaafd. Eiser voert aan dat hij een parkeervergunning heeft en zijn auto altijd aanmeldt bij parkeren, en dat storingen in het aanmeldsysteem de oorzaak zijn van de naheffingsaanslagen.
De heffingsambtenaar stelt dat eiser zich niet tijdig heeft aangemeld op de dagen van de naheffingsaanslagen die gehandhaafd zijn en dat er geen sprake was van storingen. Uit het systeemoverzicht blijkt dat eiser zich op de betreffende dagen pas na controle van het kenteken heeft aangemeld, wat de heffingsambtenaar sterkt in zijn standpunt dat de aanslagen terecht zijn opgelegd.
De rechtbank volgt de heffingsambtenaar en benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van eiser is om te controleren of de aanmelding correct is verlopen en hierop te acteren. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser de naheffingsaanslagen moet betalen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht.