ECLI:NL:RBMNE:2025:5428
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake opschorting openbaarmaking documenten
In deze bestuursrechtelijke zaak verzochten verzoekers de voorzieningenrechter om te bepalen dat de openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op hen, achterwege blijft totdat op hun bezwaar is beslist. Dit verzoek kwam voort uit een besluit van de verweerder van 21 juli 2025 om diverse documenten openbaar te maken op grond van de Wet open overheid (Woo).
De voorzieningenrechter overwoog dat de verweerder in een brief van 1 augustus 2025 had meegedeeld dat hij de openbaarmaking van gegevens van personen die tijdig een verzoek om voorlopige voorziening indienden, zou uitstellen totdat op bezwaar is beslist. Hierdoor bestond er op dat moment geen dreiging dat de gegevens van verzoekers openbaar zouden worden gemaakt.
Gelet op deze gedragslijn van de verweerder oordeelde de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang was om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd vastgesteld dat er geen aanleiding was voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier M.E.C. Bakker op 24 september 2025. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.