ECLI:NL:RBMNE:2025:5432

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
16 oktober 2025
Zaaknummer
UTR 23/6010
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na ingetrokken beroep wegens te late beslissing bezwaar kinderopvangtoeslag

Verzoekster heeft op 7 december 2023 beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet tijdig had beslist op haar bezwaar van 21 april 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Op 22 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen alsnog op het bezwaar beslist en een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding van haar proceskosten gevraagd.

De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek om proceskostenveroordeling. Gelet op artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht, kan de rechtbank proceskosten toewijzen indien het bestuursorgaan tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep. De rechtbank stelde vast dat de Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog op het bezwaar te beslissen.

Hoewel de Dienst Toeslagen heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, heeft zij zich niet inhoudelijk verzet en aangegeven bereid te zijn het griffierecht en een proceskostenvergoeding te betalen. De rechtbank veroordeelde de Dienst Toeslagen tot betaling van proceskosten van €453,50, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast is de Dienst Toeslagen verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden aan verzoekster.

De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 15 oktober 2025 en is verzonden aan partijen. Verzoekster kan binnen zes weken na verzending een verzetschrift indienen als zij het niet eens is met de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van €453,50 aan proceskosten na ingetrokken beroep wegens te late beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/6010

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. N. Kose-Albayrak),
en

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten
Eiseres heeft op 7 december 2023 beroep ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 21 april 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Op 22 januari 2024 heeft verweerder alsnog op het bezwaar van verzoekster beslist en een verweerschrift ingediend.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. De rechtbank stelt vast dat verzoekster beroep heeft ingesteld op 7 december 2023 tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Met het besluit van 22 januari 2024 heeft verweerder alsnog op het bezwaar van verzoekster beslist. Daarmee is verweerder tegemoetgekomen aan verzoekster.
4. Verweerder heeft weliswaar gereageerd op het verzoek van verzoekster van proceskosten, maar zich niet inhoudelijk uitgelaten over het verzoek. In het verweerschrift van 11 juni 2024 heeft verweerder te kennen gegeven dat het beroep terecht is ingesteld en bereid te zijn het griffierecht en een proceskostenvergoeding te betalen.
5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5)
6. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht aan haar te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster kan zich hiervoor tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2025.
de griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).