Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
20 oktober 2025
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft de moeder op 31 juli 2025 de rechtbank verzocht om de beschikking van 9 juli 2025 te verbeteren. De rechtbank heeft de vader en de gecertificeerde instelling (GI) de gelegenheid gegeven om op dit verzoek te reageren, maar zij hebben hier geen gebruik van gemaakt. De moeder stelt dat de datum van de beschikking moet worden aangepast naar 31 juli 2025, omdat de beschikking pas op die datum aan partijen is kenbaar gemaakt. De rechtbank wijst het verzoek tot verbetering af, omdat er volgens de rechtbank geen sprake is van een kennelijke fout. De beschikking is gedagtekend op 9 juli 2025, en de rechtbank oordeelt dat de uitspraak op die datum is gedaan, ondanks het feit dat de griffie verzuimd heeft om tijdig een afschrift van de beschikking aan de belanghebbenden te sturen. De rechtbank benadrukt dat de vereisten voor openbaarmaking van de uitspraak zijn nageleefd, aangezien de beschikking op de griffie aanwezig was en partijen op de hoogte waren van de datum waarop zij een afschrift konden verkrijgen. De rechtbank bevestigt dat het verzoek om de datum van de beschikking te verbeteren wordt afgewezen, en deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.