De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, waarbij de gecertificeerde instelling (GI) handhaaft dat verlenging noodzakelijk is tot 18 april 2026. De moeder woont samen met de minderjarige, die onder toezicht staat vanwege zorgen rondom de veiligheid en zorgsituatie.
Tijdens de zitting op 1 oktober 2025 was de moeder aanwezig met haar advocaat, terwijl de vader niet verscheen ondanks oproeping. De moeder erkent de noodzaak van verlenging, maar wenst een concreet plan van aanpak met duidelijke doelen en duidelijkheid over omgangsregelingen.
De kinderrechter constateert dat er positieve ontwikkelingen zijn, zoals verbeterd schoolverzuim en inzet van de moeder op zelfontwikkeling en begeleiding. Tegelijkertijd blijven er zorgen, met name over het gedrag van de vader die de geadviseerde therapie niet volgt en waarbij in juli 2025 een melding bij Veilig Thuis is gedaan wegens geweld.
Gezien de onveiligheid en het ontbreken van een eigen woning voor de moeder, acht de kinderrechter verlenging noodzakelijk om de GI regie te laten voeren op de zorgregeling en de veiligheid te waarborgen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.