Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten op 1 juli 2021 een huurovereenkomst voor een Range Rover met een koopoptie na afloop van de huurperiode. Na afloop van de huurperiode verlengde de huurovereenkomst zich met 12 maanden. De huurder leverde de auto niet in, waarna de verhuurder uitging van gebruikmaking van de koopoptie en betaling van de koopsom vorderde.
De huurder stelde dat hij nooit de intentie had de auto te kopen en dat de auto door een compagnon zonder medeweten was verkocht. De kantonrechter oordeelde echter dat uit het niet inleveren van de auto en het feit dat een medewerker over de auto beschikte als eigenaar, mocht worden afgeleid dat de huurder de koopoptie had aanvaard. De huurder had ook deels betaald en voorgesteld een betalingsregeling te treffen.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van het restant van de koopsom van €19.511,25 inclusief BTW, alsmede de wettelijke handelsrente vanaf de dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten van €970,11. De gevorderde rente vanaf de factuurdatum werd afgewezen omdat de factuur niet was verstuurd. Daarnaast werden de proceskosten van €2.804,35 aan de verhuurder toegewezen.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het restant van de koopsom, wettelijke rente vanaf dagvaarding, incassokosten en proceskosten.