Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. L.A. Lepoutre;
- de advocaat van de verdachte: mr. F.M.R. Ilahibaks (waarnemend voor mr. Wortel).
2.Tenlastelegging
tenlastelegging) staat in bijlage bij dit vonnis.
3.Vrijspraak
4.Bewijs
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 7 oktober 2025;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking van 7 januari 2025, BVH 2024350427, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 446-467;
- de rapporten NFIDENT van het Nederlands Forensisch Instituut onder de zaaknummers 2025.01.09.035, aanvragen 001 tot en met 007, doorgenummerde pagina’s 482-488.
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Straf
Het oriëntatiepunt voor het bezit van 500-1000 gram harddrugs is een gevangenisstraf van 3 maanden onvoorwaardelijk.
7.In beslag genomen voorwerpen
8.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
9.De beslissing
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van
- bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de straf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf van 242 dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd vast van 3 (drie) jaren;
algemene voorwaardendat verdachte:
een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 240 uren;
120 dagen hechtenis;
een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 240 uren;
120 dagen hechtenis;