Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 19 april 2025, met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft een vordering ingesteld tot betaling van het niet-betaalde deel van een factuur voor door haar aangevraagde rijexamens namens gedaagde. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij slechts voor een deel van de examens heeft betaald en geen opdracht heeft gegeven voor de overige examens. Tijdens de mondelinge behandeling was eiser niet aanwezig en heeft zij niet gereageerd op het verweer van gedaagde.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde reeds een bedrag van € 875,00 heeft betaald voor vijf spoedexamens B en dat eiser geen bewijs heeft geleverd dat er meer verschuldigd is. Ook is niet vastgesteld dat er btw over de rijexamens verschuldigd is. Hierdoor worden de vorderingen van eiser afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde, begroot op € 813,00, inclusief nakosten. Deze kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze ook geldt bij hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.