ECLI:NL:RBMNE:2025:5498

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
11780102
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van onbetaalde Buma en Sena-rechten door horecaondernemer

In deze zaak vordert de Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca en Aanverwante Bedrijf "Horeca Nederland" (hierna: KHN) een bedrag van € 902,11 plus rente en kosten van de gedaagde, een horecaondernemer die lid was van KHN. De vordering betreft onbetaalde Buma en Sena-rechten voor het afspelen van muziek in de horecazaak van de gedaagde. De factuur voor deze rechten werd op 14 februari 2024 naar de gedaagde gestuurd. De gedaagde stelt dat hij zijn lidmaatschap in maart 2024 heeft opgezegd en dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de factuur gecrediteerd was, omdat hij na de opzegging niets meer van KHN heeft gehoord. De kantonrechter oordeelt echter dat dit verweer niet slaagt, omdat KHN de gedaagde tijdig heeft geïnformeerd over de verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap, inclusief de betaling van de Buma en Sena-rechten. De kantonrechter wijst de vordering van KHN toe, inclusief de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten. De gedaagde wordt ook veroordeeld in de proceskosten van KHN. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de beslissing onmiddellijk moet worden nageleefd, ook als de gedaagde in hoger beroep gaat.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11780102 \ AC EXPL 25-1617
Vonnis van 22 oktober 2025
in de zaak van
De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid KONINKLIJK VERBOND VAN ONDERNEMERS IN HET HORECA EN AANVERWANTE BEDRIJF “HORECA NEDERLAND”,
gevestigd in Woerden,
eisende partij,
hierna te noemen: KHN,
gemachtigde: LikiFin,
tegen
[gedaagde] ,v.h.o.d.n.
[handelsnaam],
woonachtig in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van KHN van 16 juli 2025 met producties 1 t/m 3;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] ;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte van KHN met producties 4 t/m 11.
1.2.
De mondelinge behandeling was op 24 september 2025. Daarbij waren
[A] ( [functie 1] bij KHN) en [B] ( [functie 2] bij KHN) aanwezig met de gemachtigde F.M. Vaarten. [gedaagde] is op de juiste manier opgeroepen voor de mondelinge behandeling, maar hij was niet aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat vandaag het vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
KHN vordert € 902,11 plus rente en kosten van [gedaagde] . [gedaagde] was horecaondernemer en lid van KHN. Daarom moet hij volgens KHN de onbetaalde Buma en Sena-rechten van 2024 betalen voor het afspelen van (achtergrond)muziek in de horecazaak. Op 14 februari 2024 is de factuur hiervoor naar [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] voert aan dat hij zijn lidmaatschap had opgezegd in maart 2024 en daarna tot aan de dagvaarding niets van KHN heeft gehoord over de onbetaalde factuur. Daarom was hij in de veronderstelling dat de factuur gecrediteerd was. Dit verweer slaagt niet en dat betekent dat [gedaagde] € 902,11 plus rente en kosten aan KHN moet betalen.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet € 902,11 aan KHN betalen
3.1.
[gedaagde] voert aan dat hij zijn lidmaatschap heeft opgezegd en ervan uitging dat de factuur was gecrediteerd. In maart 2024 had hij contact met KHN over de factuur en daarna heeft hij naar eigen zeggen niets meer van KHN gehoord, totdat hij de dagvaarding ontving. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] daarom van mening is dat hij erop mocht vertrouwen dat de factuur was kwijtgescholden door KHN. Dit verweer slaagt niet, waardoor de vordering van KHN wordt toegewezen. Hieronder wordt dit uitgelegd.
Geen rechtsverwerking door KHN
3.2.
In het dossier zitten geen aanknopingspunten die erop wijzen dat KHN het bedrag niet meer van [gedaagde] zou vorderen of dat [gedaagde] daar vanuit mocht gaan. [gedaagde] was als horecaondernemer (eenmanszaak [handelsnaam] ) sinds 2014 lid van KHN. [1] [gedaagde] heeft zijn lidmaatschap op 5 maart 2024 opgezegd. KHN heeft daarom op 29 maart 2024 een brief naar [gedaagde] gestuurd waarin staat dat het lidmaatschap van [gedaagde] per 31 december 2024 wordt stopgezet, omdat volgens de statuten per 31 december van het lopende kalenderjaar kan worden opgezegd met een opzegtermijn van 3 maanden. In de brief staat ook dat [gedaagde] tot het einde van 2024 de rechten en plichten uit het lidmaatschap houdt. [2] Eén van die verplichtingen is het betalen van de Buma en Sena-rechten. Dat, zoals [gedaagde] stelt, de schuld niet is meegenomen door het [onderneming] bij de afkoop van de schuldeisers van [gedaagde] , kan een aanwijzing zijn dat hij zich niet bewust van de schuld. Maar dit betekent niet dat hij er ook daadwerkelijk op mocht vertrouwen dat hij het niet hoefde te betalen.
3.3.
Daarnaast heeft KHN op 11 maart, 25 maart en 18 april 2024 aanmaningen naar [gedaagde] gestuurd. [3] [gedaagde] heeft niet ontkend dat hij deze aanmaningen heeft ontvangen. Op de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van KHN toegelicht dat tussentijds ook nog aanmaningen zijn gestuurd door een ander incassobureau en deze stelling heeft [gedaagde] niet weersproken, nu hij niet bij de mondelinge behandeling aanwezig was.
De wettelijke handelsrente wordt toegewezen
3.4.
KHN heeft een bedrag aan wettelijke handelsrente gevorderd van € 99,36 over de periode vanaf het verzuim tot aan de datum dagvaarding, en daarnaast de wettelijke handelsrente vanaf die datum. Omdat KHN niet heeft gespecificeerd vanaf welke datum [gedaagde] in verzuim is met betalen, wordt de wettelijke handelsrente toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.5.
KHN vordert € 163,74 aan vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Dit bedrag is inclusief € 28,42 aan BTW. De gevorderde BTW is niet toewijsbaar, nu KHN niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben
.KHN heeft wel voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. KHN heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 135,32 worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten van KHN betalen
3.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van KHN worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
149,71
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
270,00
(2 punten × € 135,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
827,21
Uitvoerbaar bij voorraad
3.7.
De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad, zoals KHN heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan KHN te betalen een bedrag van € 902,11, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf 20 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan KHN te betalen een bedrag van € 135,32 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 827,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.H. Charbon en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.
61312

Voetnoten

1.Productie 1 van KHN.
2.Productie 5 van KHN.
3.Productie 3 van KHN.