In deze zaak vordert de Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca en Aanverwante Bedrijf "Horeca Nederland" (hierna: KHN) een bedrag van € 902,11 plus rente en kosten van de gedaagde, een horecaondernemer die lid was van KHN. De vordering betreft onbetaalde Buma en Sena-rechten voor het afspelen van muziek in de horecazaak van de gedaagde. De factuur voor deze rechten werd op 14 februari 2024 naar de gedaagde gestuurd. De gedaagde stelt dat hij zijn lidmaatschap in maart 2024 heeft opgezegd en dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de factuur gecrediteerd was, omdat hij na de opzegging niets meer van KHN heeft gehoord. De kantonrechter oordeelt echter dat dit verweer niet slaagt, omdat KHN de gedaagde tijdig heeft geïnformeerd over de verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap, inclusief de betaling van de Buma en Sena-rechten. De kantonrechter wijst de vordering van KHN toe, inclusief de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten. De gedaagde wordt ook veroordeeld in de proceskosten van KHN. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de beslissing onmiddellijk moet worden nageleefd, ook als de gedaagde in hoger beroep gaat.