De zaak betreft een vordering van Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca en aanverwante bedrijf (KHN) tegen een voormalige horecaondernemer, gedaagde, voor betaling van onbetaalde Buma en Sena-rechten over 2024. Gedaagde stelde dat hij zijn lidmaatschap in maart 2024 had opgezegd en daarom dacht dat de factuur was gecrediteerd. KHN betwistte dit en stelde dat het lidmaatschap pas per 31 december 2024 werd beëindigd conform de statuten, met een opzegtermijn van drie maanden.
De kantonrechter oordeelde dat er geen rechtsverwerking aan de zijde van KHN is en dat gedaagde niet mocht vertrouwen op kwijtschelding van de factuur. KHN had meerdere aanmaningen gestuurd, die gedaagde niet had betwist. De vordering van € 902,11 plus wettelijke handelsrente vanaf de dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten werd toegewezen.
Daarnaast werden de proceskosten van KHN van € 827,21 aan gedaagde opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de uitspraak direct gevolgd moet worden, ook bij hoger beroep.