Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M. Kalsbeek;
- de advocaat van de verdachte: mr. C.E. Dijkhuis.
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
het feitheeft gepleegd en
spreekt hem daarvan vrij.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 oktober 2025 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van openlijke geweldpleging en mishandeling op 13 juli 2024 te Bunschoten-Spakenburg.
De officier van justitie eiste vrijspraak voor het primaire feit van openlijke geweldpleging wegens ontbreken van geweld in vereniging, maar vorderde een taakstraf voor mishandeling door het aanleggen van een nekklem. De verdediging verzocht om volledige vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om openlijke geweldpleging te bewijzen, omdat het geweld niet in vereniging was gepleegd. Voor mishandeling ontbraken overtuigende aanwijzingen dat het slachtoffer pijn of letsel had opgelopen door de nekklem. Het slachtoffer deed geen aangifte en verklaarde tijdens het ambulancecontact geen klachten. Forensisch onderzoek toonde geen concrete aanwijzingen van krachtinwerking of letsel.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging en mishandeling wegens onvoldoende bewijs.