Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van de vrouw (met bijlagen), binnengekomen op 12 september 2023;
- het bericht van de vrouw van 12 oktober 2023 met bijlagen;
- het verweerschrift van de man (met een bijlage) met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken);
- het verweerschrift van de vrouw (met bijlagen) op de zelfstandige verzoeken van de man, tevens een aanvullend verzoek;
- het verweerschrift van de man tegen het aanvullend verzoek van de vrouw, tevens een aanvullend verzoek;
- het verweerschrift van de man tegen de aanvullende verzoeken van de vrouw;
- de brief van de vrouw van 15 maart 2025 met bijlagen;
- het bericht van de vrouw van 17 maart 2025 met bijlagen;
- het bericht van de vrouw van 19 maart 2025 met een bijlage;
- het bericht van de man van 20 maart 2025 met bijlagen;
- het bericht van de vrouw van 1 september 2025 met bijlagen en gewijzigde verzoeken;
- het bericht van de vrouw van 8 september 2025 met één bijlage.
2.Waar de procedure over gaat
- vast te stellen dat de man € 3.100,- per maand aan de vrouw moet betalen aan partneralimentatie;
- de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap te bevelen.
- over de voormalig echtelijke woning aan de [adres] in [woonplaats 2] te bepalen dat de man binnen een week mee moet werken aan de ondertekening van de verkoopopdracht aan [makelaar] , bij gebreke waarvan deze beschikking in de plaats komt van de medewerking c.q. rechtshandeling van de man en met de uitdrukkelijke bepaling dat partijen naar aanleiding van de verkoopopdracht de adviezen van de makelaar qua vraag- en laatprijs alsook ter zake van de termijn van oplevering zullen moeten volgen c.q. nakomen, met de bepaling dat – als de man daaraan geen uitvoering geeft – de vrouw te machtigen de woning te verkopen;
- te bepalen dat de verkoopopbrengst van de woning na aftrek van de verkoopkosten tussen partijen bij helfte wordt gedeeld;
- te bepalen dat de man € 1.605,73 aan de vrouw moet betalen voor de verdeling van de saldi van de bankrekeningen en te bepalen dat de man dient mee te werken de gezamenlijke bankrekening van partijen op te heffen of op naam van één partij te zetten, waarbij de vrouw de bankrekeningen eindigend op [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2] op haar naam wil hebben;
- toedeling van de auto Suzuki S-Cross met kenteken [kenteken 1] aan de vrouw en de auto Suzuki Vitara met kenteken [kenteken 2] aan de man, zonder compensatie;
- te bepalen dat de man uit hoofde van zichzelf toegeëigende verzamelingen, aan de vrouw € 103.500,- moet voldoen, namelijk de helft van de waarde van de verzamelingen.
- aan het alleen gebruiksrecht van de woning een gebruiksvergoeding te verbinden van € 833,- per maand;
- de verdeling van de gemeenschap van goederen te bevelen;
- een verklaring voor recht te geven dat de man recht heeft op een vergoeding van € 121.650,- uit de gemeenschap van goederen, of € 60.825,- van de vrouw;
- te bepalen dat de vordering van € 26.169,- op [zoon] nog onverdeeld blijft;
- te bepalen dat de vorderingen van € 25.969,41 en € 2.596,- op [dochter] nog onverdeeld zal blijven;
- te bepalen dat de pensioenrechten van partijen moeten worden verevend volgens de wet;
- te bepalen dat partijen de inboedel, waarvan uitgezonderd de verzamelingen die buiten de gemeenschap van goederen vallen, naar evenredigheid moeten verdelen;
- te bepalen dat de verdeling van het gezamenlijke vermogen zal plaatsvinden in lijn met het overzicht van productie 8 van de man met bepaling van de vergoeding en de verrekeningen overeenkomstig zijn producties en dat de vrouw nog € 2.175,27 aan de man moet betalen.
3.De beoordeling
- een partneralimentatie vaststellen van € 1.785,- bruto per maand;
- de wijze van verdeling van de echtelijke woning gelasten;
- verklaren voor recht dat de man een vergoeding heeft van € 114.952,- op de gemeenschap van goederen of € 57.471,- op de vrouw;
- de auto Suzuki S-Cross met kenteken [kenteken 1] toedelen aan de vrouw en de auto Suzuki Vitara met kenteken [kenteken 2] aan de man en bepalen dat de vrouw € 2.250,- als overbedelingsvergoeding aan de man moet betalen;
- de beslissing op het verzoek te bepalen dat de man uit hoofde van de zichzelf toegeëigende verzamelingen aan de vrouw € 103.500,- moet voldoen aanhouden en de vrouw in de gelegenheid stellen alsnog een boedelbeschrijving in te dienen over de omvang en waarde van de ‘verzamelingen’;
4.De beslissing
- de woning zal worden verkocht en geleverd aan een derde, waartoe partijen uiterlijk 15 oktober 2025 gezamenlijk een schriftelijke verkoopopdracht zullen geven aan makelaar [makelaar] waarbij zij, als er geen onderlinge overeenstemming is, het advies van de makelaar over de vraag- en laatprijs als leidend accepteren; als één van partijen op 15 oktober 2025 de opdracht tot dienstverlening nog niet heeft getekend, komt deze beschikking in de plaats van de medewerking van die partij;
- de koper mag de leveringstermijn bepalen;
- partijen zijn ieder voor de helft gerechtigd tot de netto opbrengst;