Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Inleiding
Overwegingen
1 januari 2023. Eiseres bepleit een lagere waarde dan de door de heffingsambtenaar gehandhaafde waarde in beroep van € 485.000,-.
2 maart 2025. De redelijke termijn is dus met ruim zeven maanden overschreden. Dit sluit aan bij overweging 3.4.3 van het arrest waaruit volgt dat wanneer het financiële belang bij de procedure, minder dan € 1.000,- bedraagt, en de redelijke termijn met niet meer dan twaalf maanden is overschreden, de belastingrechter kan volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank zal dit dan ook toepassen. De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schade af.