Uitspraak
1.De procedure
- de brief namens [gedaagde] van 14 oktober 2025 met een eis in reconventie en productie.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde, waarbij zij aangeeft de huur niet meer te kunnen betalen en gedaagde niet mee te werken aan oplossingen. Gedaagde vordert in reconventie betaling van de huurachterstand en toekomstige huur.
De kantonrechter oordeelt dat ontbinding van de huurovereenkomst niet kan worden toegewezen in kort geding vanwege het voorlopige karakter van deze procedure en het constitutieve effect van ontbinding. Tevens kan ontbinding geen terugwerkende kracht hebben. De vordering tot ontbinding wordt daarom afgewezen.
De vordering van gedaagde tot betaling van de huurachterstand van €33.128,16 wordt toegewezen, aangezien eiseres deze niet betwist en onvoldoende onderbouwing biedt voor haar financiële problemen. De vordering tot betaling van toekomstige huurtermijnen wordt afgewezen omdat deze nog niet opeisbaar zijn.
Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van €949,00 en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De kantonrechter adviseert partijen om alsnog overleg te voeren over de financiële situatie en mogelijke oplossingen.
Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van €33.128,16.