Eiser huurt een woning van gedaagde en heeft de Huurcommissie gevraagd de redelijkheid van de aanvangshuurprijs te toetsen. De Huurcommissie verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Eiser startte daarop een procedure bij de kantonrechter om de huurprijs vast te stellen op €444,45 per maand.
Gedaagde betwist de vordering met argumenten over een verkeerde WOZ-waarde en een onjuist energielabel bij de puntentelling. De kantonrechter oordeelt dat eiser ontvankelijk is omdat sprake is van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd en het verzoek tijdig is ingediend.
De kantonrechter stelt vast dat de WOZ-waarde correct moet worden vastgesteld op circa €370.476,00, wat leidt tot een puntentelling van 112 punten voor de WOZ-waarde alleen. Gecombineerd met andere punten komt de puntentelling uit boven de liberalisatiegrens van 144 punten. Hierdoor is de overeengekomen huurprijs van €1.350,00 per maand redelijk en wordt de vordering van eiser afgewezen. Ook de vordering tot terugbetaling van te veel betaalde huur wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.