De zaak betreft een koopovereenkomst van een Volkswagen Tiguan onder voorbehoud van financiering, gesloten op 29 augustus 2024 tussen [eiseres] B.V. en [handelsnaam]. De financiering werd op 30 augustus 2024 goedgekeurd, waarna de auto in productie werd genomen en in januari 2025 gereed was. De koper haalde de auto niet op en betaalde niet.
[Handelsnaam] stelde dat de financiering in maart 2025 werd geannuleerd en dat zij de koopovereenkomst mondeling had geannuleerd vanwege niet-tijdige levering, wat door [eiseres] werd betwist. De kantonrechter oordeelde dat de koopovereenkomst niet was geannuleerd omdat de financieringsvoorwaarde was vervallen en er geen fatale leveringstermijn was overeengekomen.
De kantonrechter stelde vast dat de koper een boete van € 9.217,35 verschuldigd is wegens niet-nakoming en ontbinding door de verkoper. De boete werd niet gematigd omdat geen onredelijke omstandigheden waren gesteld. De vordering tot incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De koper werd veroordeeld tot betaling van de boete, wettelijke rente en proceskosten.