ECLI:NL:RBMNE:2025:5608
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over omgevingsvergunning voor containeropstelplaats bij horecabedrijven in tuin
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft verleend voor het gebruik van een deel van een tuin als containeropstelplaats voor afval ten behoeve van aanwezige horecabedrijven. Eisers, waaronder de Utrechtse Bomenstichting, maakten bezwaar tegen deze vergunning omdat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en het horecabeleid.
De rechtbank concludeert dat het aan de vergunning verbonden voorschrift dat afval tussen 10.00 en 22.00 uur in de containers moet worden gedeponeerd onvoldoende duidelijkheid biedt over het verbod om afval en andere voorwerpen buiten dit tijdvak en buiten de containers te plaatsen. Tevens is onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe dit voorschrift zich verhoudt tot de geluidsgrenswaarden uit artikel 22.63 van de bruidsschat van het omgevingsplan.
De rechtbank overweegt dat het college de omgevingsvergunning in redelijkheid kon verlenen, mede gezien de beperkte omvang van de containeropstelplaats en de ligging binnen het horecagebied. Wel acht de rechtbank het noodzakelijk dat het college de gebreken in het voorschrift herstelt en duidelijk maakt hoe het geluid binnen de toegestane normen blijft. Het college krijgt daartoe een hersteltermijn en moet binnen twee weken melden of het van deze gelegenheid gebruikmaakt.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het voorschrift bij de omgevingsvergunning gebrekkig is en geeft het college gelegenheid om dit binnen acht weken te herstellen.