ECLI:NL:RBMNE:2025:5609
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor omheining nabij boom in strijd met bestemmingsplan
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van de Utrechtse Bomenstichting (UBS) tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht voor het plaatsen van een omheining nabij een grote boom op een perceel met de bestemming 'Tuin'. UBS vreesde dat de palen van de omheining schade aan de boomwortels zouden veroorzaken.
De rechtbank stelt vast dat de omheining al geplaatst was bij het nemen van het besluit op bezwaar, waardoor eventuele schade aan de boom niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Desondanks is er nog procesbelang omdat de aanwezigheid van de palen gevolgen kan hebben voor de doorgroeimogelijkheid van de boom en herstel van schade.
De rechtbank beoordeelt dat het college de vergunning in redelijkheid kon verlenen. Hoewel het belang van het behoud van de boom niet expliciet is meegewogen, is dit gebrek volgens artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat het college alsnog voldoende heeft gemotiveerd dat de vergunning verantwoord is. Het beroep van UBS wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan UBS. De uitspraak benadrukt dat het afwijkende gebruik van het perceel voor containeropslag in strijd is met het bestemmingsplan en dat het behoud van de boom in de ruimtelijke afweging een beperkte rol speelt.
Uitkomst: Het beroep van de Utrechtse Bomenstichting wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.