De rechtbank Midden-Nederland heeft op 14 oktober 2025 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2024, voor de duur van een jaar tot 22 oktober 2026. De minderjarige verblijft in een pleeggezin waar hij zich goed ontwikkelt, samen met zijn halfzus.
De ouders zijn het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar niet met de verlenging van de uithuisplaatsing, omdat zij zelf voor hun kind willen zorgen. De rechtbank overweegt echter dat de ouders onvoldoende zorg- en opvoedkwaliteiten hebben, mede door hun eigen kwetsbaarheden zoals een licht verstandelijke beperking en een instabiele leefsituatie. Een perspectiefonderzoek werd afgewezen vanwege contra-indicaties.
Gelet op het niet behalen van de randvoorwaarden en het ontbreken van perspectief op thuisplaatsing, acht de rechtbank verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind. De rechtbank onderschrijft het beleid van de gecertificeerde instelling om het contact tussen ouders en kind voorspelbaar en prettig te maken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.