ECLI:NL:RBMNE:2025:5660

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
11861591 UV EXPL 25-213
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:271 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot overdracht administratie en voorschot schadevergoeding na tekortschieten accountant

Eisers, bestaande uit drie besloten vennootschappen, vorderen in kort geding dat gedaagde, een accountant die werkzaamheden voor hen verrichtte, wordt veroordeeld tot overdracht van alle administratieve bescheiden en een voorschot van €25.000 betaalt. Eisers stellen dat gedaagde tekort is geschoten in haar werkzaamheden, waardoor onder meer boetes van de belastingdienst zijn opgelegd en de aangifte vennootschapsbelasting niet tijdig kon worden ingediend.

Gedaagde is niet verschenen, ondanks twee verzoeken om uitstel die zijn afgewezen. Tegen gedaagde is verstek verleend. De kantonrechter overweegt dat eisers een spoedeisend belang hebben vanwege de naderende belastingaangifte en dat het zeer waarschijnlijk is dat de bodemrechter de overeenkomst van opdracht zal ontbinden wegens tekortkomingen van gedaagde.

De kantonrechter schorst de verplichtingen van eisers uit hoofde van de overeenkomst en verbiedt gedaagde verdere handelingen namens eisers te verrichten. Gedaagde wordt veroordeeld om binnen 48 uur alle administratie over de jaren 2020 tot en met 2023 over te dragen en een dwangsom van €250 per dag te betalen bij niet-naleving, tot een maximum van €12.500. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een voorschot van €25.000 en de proceskosten van €2.261,35. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde accountant wordt veroordeeld tot overdracht van administratie, betaling van €25.000 voorschot en proceskosten na tekortschieten in werkzaamheden.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11861591 \ UV EXPL 25-213
Vonnis in kort geding van 26 september 2025
in de zaak van
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
1.
[eiseres sub 1] B.V.,
2.
[eiseres sub 2] B.V.,
3.
[eiseres sub 3] B.V.,
alle gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseres sub 1] c.s.,
vertegenwoordigd door: [A] , (middellijk) bestuurder van [eiseres sub 1] c.s.,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 september 2025 met producties
- de mondelinge behandeling van 12 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat vandaag het vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] deed werkzaamheden voor [eiseres sub 1] c.s.. [eiseres sub 1] c.s. vindt dat deze werkzaamheden niet of niet goed zijn uitgevoerd. [eiseres sub 1] c.s. heeft een andere accountant in de arm genomen en zij eist in dit kort geding dat [gedaagde] alle documenten van [eiseres sub 1] c.s. overdraagt en niets meer namens [eiseres sub 1] c.s. doet. Ook wil [eiseres sub 1] c.s. dat [gedaagde] een bedrag van € 25.000,- betaalt als voorschot op een vordering die [eiseres sub 1] c.s. nog wil gaan indienen in een bodemprocedure en vanwege een boete die [eiseres sub 1] c.s. aan de belastingdienst moet betalen. De vorderingen van [eiseres sub 1] c.s. worden grotendeels toegewezen.

3.De beoordeling

Tegen [gedaagde] is verstek verleend
3.1.
Namens [gedaagde] heeft de heer [B] (hierna: [B] ) een dag voor de zitting om verplaatsing van de zaak verzocht omdat hij van 3 tot en met 7 september 2025 in het buitenland was en de dagvaarding pas op 10 september 2025 uit de brievenbus is gehaald. [B] stelt dat er daardoor te weinig tijd was om het verweer van [gedaagde] voor te bereiden. De kantonrechter heeft het verzoek om verplaatsing afgewezen.
3.2.
Kort voor de zitting ontving de kantonrechter een tweede verzoek om uitstel van [B] . Ook dit verzoek heeft de kantonrechter afgewezen. Wel is [B] de mogelijkheid geboden om telefonisch deel te nemen aan de mondelinge behandeling. [B] heeft hier geen gebruik van gemaakt.
3.3.
[gedaagde] was dus niet aanwezig op de mondelinge behandeling (zitting) en heeft ook niet op een andere manier op de vorderingen van [eiseres sub 1] c.s. gereageerd terwijl bij de oproeping van [gedaagde] in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen. Daarom is tegen [gedaagde] verstek verleend. Dit heeft tot gevolg dat de vorderingen tegen [gedaagde] worden toegewezen, tenzij de kantonrechter oordeelt dat deze in strijd zijn met de wet of dat een geldige reden voor de vorderingen ontbreekt.
Toetsingskader kort geding
3.4.
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Voor toewijzing daarvan moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van een spoedeisend belang én het moet zeer waarschijnlijk zijn dat soortgelijke vorderingen in een normale, uitgebreide procedure (bodemprocedure) zullen worden toegewezen.
[eiseres sub 1] c.s. heeft een spoedeisend belang
3.5.
Een spoedeisend belang is aanwezig als van [eiseres sub 1] c.s. niet verwacht kan worden dat zij de uitkomst van de bodemprocedure afwacht. Dat is hier het geval. [eiseres sub 1] c.s. moest uiterlijk op 1 september 2025 de aangifte vennootschapsbelasting voor het jaar 2023 indienen. Daarvoor is een reconstructie van de voorgaande jaren noodzakelijk. Volgens [eiseres sub 1] c.s. beschikt [gedaagde] over de benodigde financiële administratie maar heeft [gedaagde] die, ondanks verzoeken van [eiseres sub 1] c.s., niet aan haar teruggegeven. Daarnaast is [eiseres sub 1] c.s. geconfronteerd met een boete van de belastingdienst, diverse 0-aangiftes over de afgelopen jaren, en is het heel lastig gebleken om contact te krijgen met [gedaagde] over deze kwestie.
Voldoende aannemelijk dat de kantonrechter in de bodemprocedure de overeenkomst van opdracht zal beëindigen
3.6.
[eiseres sub 1] c.s. heeft haar vorderingen niet zonder geldige reden ingesteld. Op grond van de gedingstukken en de door [eiseres sub 1] c.s. tijdens de mondelinge behandeling gegeven toelichting is namelijk voldoende aannemelijk dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de uitvoering van haar boekhoudwerkzaamheden voor [eiseres sub 1] c.s.. Zo zijn er 0-aangiftes gedaan die niet zijn gecorrigeerd, zijn overeengekomen werkzaamheden niet uitgevoerd, en heeft de belastingdienst (in ieder geval) één boete opgelegd van € 2.757,- vanwege het niet (tijdig) doen van aangifte van de vennootschapsbelasting voor [eiseres sub 1] c.s. [eiseres sub 1] c.s. vreest dat er nog meer boetes zullen volgen. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat de kantonrechter in een bodemprocedure de overeenkomst van opdracht zal beëindigen (ontbinden).
De verplichtingen die partijen op grond van de overeenkomst hebben worden geschorst, behalve de verplichting van [gedaagde] om de financiële administratie over te dragen
3.7.
Vooruitlopend op die beslissing in de bodemprocedure is er voldoende aanleiding om de verplichtingen, die [eiseres sub 1] c.s. op grond van overeenkomst nog heeft, te schorsen en [gedaagde] te verbieden nog enige handeling namens of ten behoeve van [eiseres sub 1] c.s. te verrichten. [gedaagde] moet nog wél de financiële administratie van [eiseres sub 1] c.s. aan [eiseres sub 1] c.s. teruggeven, zoals in de beslissing staat vermeld.
3.7.1.
[eiseres sub 1] c.s. heeft over haar vordering die ziet op het overdragen van de administratie tijdens de mondelinge behandeling nog het volgende gezegd. De stukken die [gedaagde] nodig had voor de aangiftes werden door [eiseres sub 1] c.s. geüpload in de systemen Yuki en Informer. In die systemen is de administratie van [eiseres sub 1] c.s. tot en met 2022 inmiddels gewist, maar volgens [eiseres sub 1] c.s. heeft [gedaagde] daar wel back-ups van gemaakt. [C (voornaam)] , een voormalig werknemer van [eiseres sub 1] c.s., heeft dat tegen [eiseres sub 1] c.s. gezegd. Daarmee is voldoende aannemelijk dat [gedaagde] over de stukken beschikt waarvan [eiseres sub 1] c.s. eist dat [gedaagde] die aan haar overdraagt.
3.8.
Aan het verbod aan [gedaagde] om handelingen namens [eiseres sub 1] c.s. te verrichten en aan de veroordeling tot het overdragen van de financiële administratie wordt de gevorderde dwangsom gekoppeld. Deze dwangsom is een financiële prikkel voor [gedaagde] om het verbod na te leven én om de financiële administratie van [eiseres sub 1] c.s. waar [gedaagde] over beschikt, aan [eiseres sub 1] c.s. over te dragen.
[gedaagde] moet een bedrag van € 25.000,- betalen
3.9.
[eiseres sub 1] c.s. heeft zich op het standpunt gesteld dat haar vordering op [gedaagde] een bedrag van € 31.337,97 beloopt. Dat bedrag bestaat uit de factuurbedragen die [eiseres sub 1] c.s. heeft betaald voor werkzaamheden die [gedaagde] niet heeft verricht, en de door de belastingdienst opgelegde boete. [eiseres sub 1] c.s. vordert in dit kort geding een voorschot op dat bedrag en beperkt haar vordering tot € 25.000,-.
3.10.
Ook deze vordering wordt toegewezen omdat die niet in strijd is met de wet en niet zonder geldige reden is ingesteld. Een ontbinding van de overeenkomst heeft immers tot gevolg dat voor partijen verbintenissen ontstaan tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties (artikel 6:271 BW Pro). De kantonrechter kan hier in kort geding op vooruitlopen. Voor wat betreft de boete van de belastingdienst is van belang dat [gedaagde] aan [eiseres sub 1] c.s. heeft toegezegd dat die zal worden verrekend door middel van een creditnota. Omdat [gedaagde] die creditnota tot op heden niet heeft opgesteld is ook deze boete, als onderdeel van het gevorderde voorschot van € 25.000,-, toewijsbaar.
[gedaagde] moet ook de proceskosten betalen
3.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres sub 1] c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.261,35
Uitvoerbaar bij voorraad
3.12.
De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad, zoals [eiseres sub 1] c.s. heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis alle administratieve bescheiden, gegevens en stukken betreffende [eiseres sub 1] c.s. over de jaren 2020 tot en met 2023, waaronder maar niet beperkt tot: jaarrekeningen, VPB-aangiftes, saldibalansen, grootboekkaarten, debiteurenoverzichten, activastaten, BTW-aangiftes, (back-ups van) alle bonnen en facturen, salarisadministratie DGA, alle inkoop- en verkoopfacturen, correspondentie met de Belastingdienst en overige stukken die nodig zijn voor afronding van de jaarrekeningen en belastingaangiftes,
4.2.
verbiedt [gedaagde] zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [eiseres sub 1] c.s. enige handeling te verrichten namens of ten behoeve van [eiseres sub 1] c.s., totdat in een bodemprocedure een definitieve beslissing is genomen,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres sub 1] c.s. een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met de veroordeling onder 4.1 en 4.2, tot een maximum van € 12.500,00 is bereikt,
4.4.
schorst met ingang van de datum van dit vonnis alle verplichtingen van [eiseres sub 1] c.s. uit hoofde van de overeenkomsten van opdracht met [gedaagde] totdat in een bodemprocedure onherroepelijk is beslist over de beëindiging daarvan,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres sub 1] B.V. c.s. te betalen een bedrag van € 25.000,00 aan voorschot op ongedaanmakingsverbintenissen en schadevergoeding,
4.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.261,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025.
1257