ECLI:NL:RBMNE:2025:5704

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
C/16/596469/ JL RK 25-495
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.M. Janssen - Witteveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens onvoldoende concrete bedreiging

De gecertificeerde instelling verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige, vanwege zorgen over diens veiligheid en ontwikkeling. De vader weigert medewerking aan hulpverlening en geeft weinig inzicht in de thuissituatie. De moeder steunt het verzoek vanwege de verstoorde relatie met de vader.

De kinderrechter constateert dat de vader de enige stabiele ouder is en dat de relatie tussen de minderjarige en de moeder ernstig verstoord is. Hoewel er zorgen zijn over het gedrag van de minderjarige en het gebrek aan zicht op zijn situatie, acht de kinderrechter een uithuisplaatsing op dit moment een te ingrijpende maatregel.

De stukken van de vader tonen geen concrete aanwijzingen voor een bedreiging van de minderjarige. De school ervaart de minderjarige als een fijne leerling met een goed sociaal functioneren. De kinderrechter benadrukt het belang van samenwerking van de vader met de gecertificeerde instelling en waarschuwt dat bij uitblijven van medewerking zwaardere maatregelen mogelijk worden genomen.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor bedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/596469 / JL RK 25-495
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Almere, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. W.F. Wienen uit Almere,
[vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. mr. F. Pool uit Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 11 juli 2025;
  • het verweerschrift met bijlagen van vader, ontvangen op 10 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft, na een verzoek van de vader om de zitting uit te stellen in verband met zijn vakantie, plaatsgevonden op 16 september 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [A] , namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft de vader de gelegenheid gegeven om binnen twee weken na de zitting aan de hand van schriftelijke informatie van bijvoorbeeld de school, de behandelaar of de voetbaltrainer inzicht te geven over hoe het met [minderjarige] gaat. Op 29 september 2025 heeft de vader de nadere stukken ingediend. De moeder heeft daarop gereageerd op 6 oktober 2025 en de GI op 7 oktober 2025.
1.4.
De kinderrechter heeft hiermee voldoende informatie en ziet geen aanleiding om de zaak opnieuw op zitting te behandelen.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 3 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 6 januari 2026.

3.Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

De GI
4.1.
De GI heeft grote zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] . De vader weigert inzicht te geven hoe het met [minderjarige] gaat en weigert alle hulpverlening. De laatste informatie is van de hulpverlening uit 2024. De GI wil een recente update, maar dat heeft de vader steeds geweigerd. Het lukt de GI ook niet om met de vader in gesprek te komen en de vader laat niet toe dat de GI met [minderjarige] zelf spreekt of met de school van [minderjarige] . Met de kindertherapeut mocht de GI uiteindelijk contact opnemen, maar pas na de bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing. Omdat de vader iedere vorm van hulpverlening buiten de deur houdt en de GI nauwelijks informatie geeft, is er geen zicht op de thuissituatie of op het welbevinden van [minderjarige] . De vader lijkt [minderjarige] te isoleren. Een uithuisplaatsing is nodig om zicht te krijgen op [minderjarige] ’s veiligheid en ontwikkeling. Plaatsing bij de moeder is geen optie omdat de band tussen [minderjarige] en zijn moeder ernstig is verstoord. De GI handhaaft het verzoek, ook na het ontvangen van de na de zitting ingediende stukken van de vader.
De moeder
4.2.
De moeder staat achter het verzoek om een machtiging uithuisplaatsing. De moeder is blij om, na ontvangst van de nadere stukken van de vader, te lezen dat het dit schooljaar beter lijkt te gaan met [minderjarige] op school. Wel heeft de moeder aanhoudende zorgen over het zicht op [minderjarige] . De vader heeft wel stukken overgelegd maar er valt niet te controleren of ‘ [B] ’ echt de trainer van [minderjarige] is. Daarnaast geven de stukken van de hulpverlening geen recent beeld, nu de hulpverlener [minderjarige] het laatst in maart 2025 heeft gezien. Ook is voor de moeder duidelijk dat de vader [minderjarige] afschermt en zijn leven erg klein maakt. Zij vindt de situatie nog steeds erg zorgelijk en een machtiging uithuisplaatsing in het belang van [minderjarige] .
De vader
4.3.
De vader is het niet eens met het verzoek van de GI. Volgens hem gaat het goed met [minderjarige] . In 2024 is [instelling] elke week bij de vader en [minderjarige] langs geweest en [minderjarige] heeft een kindertherapeut gehad van de [instelling] . Er waren zorgen over [minderjarige] omdat de moeder zich terugtrok. Verder gaat het goed met [minderjarige] , ook op school zijn er geen zorgen volgens de vader.
De kinderrechter
4.4.
De kinderrechter ziet op dit moment onvoldoende noodzaak om [minderjarige] uit huis te plaatsen en zal het verzoek van de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing dan ook afwijzen. Hierna legt de kinderrechter uit waarom.
4.5.
[minderjarige] woont bij zijn vader sinds zijn ouders in 2018 uit elkaar zijn gegaan. Er zijn, sinds het begin van de ondertoezichtstelling in 2022, zorgen geweest over het gedrag van [minderjarige] op school, het gebrek van zicht op [minderjarige] en zijn kleine netwerk. Ook zijn er zorgen geweest over geschreeuw in de woning en het weigeren van de vader om mee te werken aan een top-tot-teen-onderzoek. Dit zijn allemaal zorgelijke signalen die een ernstige bedreiging zijn voor de ontwikkeling van [minderjarige] . Aan de andere kant is de vader de enige stabiele persoon/ouder in het leven van [minderjarige] . [minderjarige] heeft al meer dan een jaar geen contact met zijn moeder en de moeder ziet geen mogelijkheid om [minderjarige] in huis te nemen omdat zij te bang is voor de vader.
4.6.
De kinderrechter ziet een uithuisplaatsing voor nu als een te ingrijpende maatregel, ondanks de zorgen van de GI. In de stukken die de vader na de zitting heeft overgelegd komen geen punten van zorg over de relatie tussen [minderjarige] en zijn vader naar voren. De school ervaart [minderjarige] als een fijne leerling die ook sociaal goed meekan. Wel heel zorgelijk blijft de relatie met [minderjarige] ’s moeder. Beide ouders en [minderjarige] hebben hulp nodig bij het vinden van een manier om het contact te herstellen of dit voorlopig af te ronden. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij beide ouders, maar de stem van [minderjarige] moet daarbij ook een rol krijgen want hij heeft al de nodige teleurstellingen meegemaakt in dit contact.
4.7.
De kinderrechter geeft de vader mee dat het in zijn belang, maar vooral ook in dat van [minderjarige] is, om mee te werken met de GI en de strijd over de informatievoorziening niet op te zoeken of in stand te laten. Dat leidt tot stressvolle situaties die [minderjarige] er niet bij kan hebben. Een ondertoezichtstelling is nu eenmaal niet vrijblijvend. En het is ook niet zo dat als een ouder weigert inzicht te geven, er niet toch een beslissing over een kind genomen kan worden. De kinderrechter verwacht dan ook van de vader dat hij aan de GI dezelfde en zelfs meer openheid zal gaan geven als hij nu uiteindelijk aan de kinderrechter heeft gedaan. Alleen met actuele informatie, waaronder zo nu en dan ook een gesprekje met [minderjarige] zelf, kan de GI zich inzetten voor [minderjarige] . Als de vader dat niet mogelijk maakt, komen mogelijk toch weer verdergaande maatregelen in beeld.

5.De beslissing

De kinderrechter:
wijs het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025, in aanwezigheid van W.P.J. Rubingh als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.