Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. L. van Zijl;
- de advocaat van de verdachte: mr. N.M. Delsing.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Op 24 juni 2023 vond in Almere een verkeersongeval plaats waarbij de verdachte als bestuurder van een bedrijfsbus op een fietspad reed en een voetganger raakte, die zwaar lichamelijk letsel opliep. De verdachte reed langzaam achteruit nadat hij zich realiseerde dat hij op het fietspad was, stopte direct na een paniekreactie van een getuige en stapte uit.
De officier van justitie legde primair schuld aan het verkeersongeval ten laste op grond van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro (WVW) en subsidiair overtreding van artikel 5 WVW Pro wegens gevaarlijk rijgedrag. De verdediging bepleitte integrale vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het primair tenlastegelegde niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij. Ook subsidiair werd vrijspraak uitgesproken omdat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van evident gevaarlijk rijgedrag.
De rechtbank nam in haar oordeel mee dat verdachte voorzichtig was bij het achteruitrijden, dat niet vaststaat wanneer en in hoeverre het slachtoffer zichtbaar was in spiegels of camera, en dat verdachte niet op de hoogte was van defecte achteruitrijlichten. De ernst van het letsel van het slachtoffer werd erkend, maar dit was onvoldoende voor een bewezenverklaring van de tenlastelegging. De verdachte werd dus volledig vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van schuld en evident gevaarlijk rijgedrag bij verkeersongeval.