In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 5 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Volkswagen Pon Financial Services B.V. (hierna: Pon) en de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] V.O.F. en haar vennoten. Pon heeft een vordering ingesteld op basis van een huurkoopovereenkomst voor een bedrijfsauto, waarbij gedaagde een betalingsachterstand had op de leasetermijnen. Pon eist dat de kantonrechter gedaagde hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 21.043,30, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten, en dat de huurkoopovereenkomst wordt ontbonden. Gedaagde heeft aangevoerd dat zij niet in staat is de auto terug te geven, maar de kantonrechter oordeelt dat dit standpunt onvoldoende is onderbouwd. De kantonrechter ontbindt de huurkoopovereenkomst en wijst de vordering van Pon toe, waarbij gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het verschuldigde bedrag en tot afgifte van de auto. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het geval gedaagde de auto niet tijdig teruggeeft. De proceskosten worden eveneens aan gedaagde opgelegd, omdat zij ongelijk krijgt in deze procedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.