In deze civiele zaak tussen eiseres en gedaagde B.V. stond de hoogte van de door eiseres gegenereerde omzet in de periode januari tot en met 18 juli 2024 centraal, welke van de managementvergoeding moest worden afgetrokken.
Eiseres slaagde niet in haar bewijsopdracht om de omzet van €16.167,88 aannemelijk te maken met een controleverklaring van een registeraccountant. De kantonrechter oordeelde dat deze verklaring onvoldoende inzicht gaf in de berekening en gebruikte daarom een schatting van €27.000,00. Dit bedrag werd in mindering gebracht op de managementvergoeding, waardoor een restant van €5.609,44 inclusief btw aan eiseres toekwam.
Voor de maand juli 2024 leverde eiseres wel voldoende tegenbewijs dat zij meer uren had gewerkt dan aanvankelijk aangenomen. De kantonrechter kende haar daarom €4.967,95 inclusief btw toe plus wettelijke handelsrente. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten van €912,97 toegewezen.
In reconventie vorderde gedaagde kosten van een adviesbureau, die werden afgewezen omdat de omzet werd geschat en het advies niet doorslaggevend was. Wel werd de wettelijke rente over deze kosten toegewezen. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.