Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van de rolzitting van 21 mei 2025, tevens aan te merken als conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek van 11 juni 2025,
- de conclusie van dupliek van 25 augustus 2025.
Rechtbank Midden-Nederland
Gedaagde woonde in een woning met elektriciteits- en gasaansluiting van Stedin Netbeheer B.V. Sinds 7 december 2024 was er geen energiecontract afgesloten voor dit adres. Stedin dagvaardde gedaagde om alsnog een contract af te sluiten. Gedaagde sloot het contract twee dagen vóór de eerste roldatum en betaalde een deel van de proceskosten en incassokosten.
Stedin vorderde betaling van het resterende deel van de proceskosten. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde deze kosten moet betalen omdat het contract pas na de dagvaarding werd afgesloten. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat Stedin geen geldvordering had die betaald moest worden; de aanmaningen betroffen het afsluiten van een contract, niet het betalen van een geldsom.
De kantonrechter benadrukte dat Stedin genoodzaakt was te procederen vanwege het uitblijven van het contract, wat kosten veroorzaakte. Het feit dat gedaagde de dagvaarding laat zag vanwege vakantie deed hieraan niet af. Het totaal aan proceskosten werd begroot op €439,00, waarvan gedaagde al €280,78 had betaald, zodat nog €158,22 restte. Gedaagde werd veroordeeld dit bedrag binnen veertien dagen te betalen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €158,22 aan resterende proceskosten aan Stedin.