Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 november 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
[derde-partij] B.V., uit [vestigingsplaats] , vergunninghouder
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker maakte bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor het aanleggen van een weg bij een nieuwbouwplan in Maarssen, uit vrees voor geluidsoverlast en natuurschade. De voorzieningenrechter oordeelde dat de weg in overeenstemming is met het bestemmingsplan en dat geluidsoverlast geen gegronde bezwaargrond vormt.
Hoewel het ecologisch advies mogelijk dubbelzinnig is en niet eenduidig uitsluit dat de weg negatieve effecten op natuurwaarden heeft, betreft het advies vooral de impact van het kappen van bomen, waarvoor nog een aparte vergunning moet worden aangevraagd. Voor het aanleggen van de weg is geen aanvullend ecologisch onderzoek vereist gebleken.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit mogelijk een gebrek bevat dat in de bezwaarprocedure kan worden hersteld, maar dat het belang van vergunninghouder om spoedig te starten met de werkzaamheden zwaarder weegt dan het belang van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de aanleg van de weg wordt afgewezen.