Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. G. Alagahgi;
- de advocaat van de verdachte: mr. B.J. Tieman;
- de moeder van de benadeelde partij: mw. [A] ;
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. C.C. Jonk-Delpeche.
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
.Deze bewijsmiddelen moeten voldoende steun geven aan de verklaring van aangeefster, in die zin dat het steunbewijs op relevante wijze in verband moet staan met de inhoud van de verklaring van aangeefster. In ieder geval mag tussen de verklaring en het overige gebruikte bewijsmateriaal geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband. Een ‘
de auditu’-verklaring (een verklaring ‘van horen zeggen’), inhoudende een weergave van wat aangeefster aan de betrokken andere getuige heeft verteld, levert onvoldoende steun op. Als een verklaring van een getuige daarentegen (mede) een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van het slachtoffer op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of vlak daarna, kan die waarneming wel voldoende steunbewijs opleveren.
.Deze modus operandi zou bestaan uit het aanraken van de geslachtsdelen van een minderjarige, in het huis van de verdachte, terwijl de minderjarige bij de verdachte op zijn schoot zit.
ne bis in idem-beginsel. Het dossier uit 2008 is waarschijnlijk niet meer in originele vorm aanwezig en er zijn slechts ongetekende printjes ingebracht, waaruit een verkeerde conclusie wordt getrokken.
ne bis in idem-beginsel of ander vormverzuim oplevert. De officier van justitie is tot het onderzoek ter terechtzitting verantwoordelijk voor de samenstelling van de processtukken en vrij om zo nodig (delen van) oude procesdossiers toe te voegen aan de processtukken. Dat geldt ook voor processen-verbaal, uitdraaien van procesdossiers die niet ondertekend zijn of vonnissen van eerdere uitspraken. De door de verdediging aangevoerde argumenten zijn mogelijk relevant met betrekking tot de bewijswaarde, maar brengen niet mee dat dergelijke stukken geen onderdeel mogen uitmaken van het dossier. Voor zover er stukken ontbreken, zoals de advocaat heeft aangevoerd, kan een verzoek worden gedaan om die stukken aan de processtukken toe te voegen. Dat verzoek is niet gedaan en de rechtbank ziet geen aanleiding om dit zelf te beslissen; dit volgt uit de verdere beoordeling. Het feit dat er in de oudere zaken al afdoeningsbeslissingen zijn genomen, maakt niet dat er sprake is van schending van het
ne bis in idem-beginsel. Er is geen sprake van een nieuwe vervolging voor deze oudere feiten waarop al is beslist. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de oude stukken uit 2008, 2019 en het (vrijspraak)vonnis niet bij de beoordeling te betrekken en oordeelt verder als volgt.