Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
[derde-belanghebbende], gevestigd in [vestigingsplaats]
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser viel in mei 2021 uit voor zijn werk en ontving in juni 2023 een WIA-uitkering op basis van 60,62% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar wijzigde het UWV dit percentage naar 70,40%. Eiser stelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn klachten, met name post-covid symptomen, en dat de arbeidskundige beoordeling onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en volledig was, inclusief een anamnese, fysiek en psychisch onderzoek en dossierstudie. Post-covid klachten waren meegenomen in de beoordeling. De rechtbank vond geen medische onderbouwing voor aanvullende beperkingen die eiser vorderde.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als adequaat beoordeeld. De functies die als passend werden aangemerkt, voldeden aan de beperkingen en belastbaarheid van eiser. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht het arbeidsongeschiktheidspercentage van 70,40% had vastgesteld en wees het beroep af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 70,40%.