Verzoekster had beroepen ingesteld tegen drie besluiten op bezwaar van het college van gedeputeerde staten van Flevoland met betrekking tot handhavingsverzoeken over een asfaltcentrale van derde-partij. Na afspraken tussen partijen, vastgelegd in een proces-verbaal, heeft verzoekster haar beroepen ingetrokken omdat het college gedeeltelijk aan haar verzoeken was tegemoetgekomen.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de verzoeken van verzoekster om een proceskostenveroordeling van het college. De rechtbank stelt vast dat het college meerdere dwangsombesluiten heeft genomen en vergunningvoorschriften heeft gewijzigd die de emissies van de asfaltcentrale reguleren. Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat het college aan verzoekster is tegemoetgekomen.
De rechtbank wijst de verzoeken om proceskostenveroordeling toe en bepaalt de hoogte van de vergoeding op € 3.628,-, gebaseerd op drie ingediende beroepschriften en deelname aan de zitting. Tevens wijst de rechtbank erop dat het college verplicht is het griffierecht van verzoekster te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. van der Linde op 1 september 2025.