Eiseres heeft op 8 december 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig een besluit genomen op deze aanvraag. Eiseres stelde verweerder op 12 december 2024 schriftelijk in gebreke, wat verweerder betwistte, maar eiseres leverde bewijs van ontvangst.
Na het verstrijken van meer dan twee weken na de ingebrekestelling heeft eiseres op 8 januari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen, binnen een termijn die in dit geval uiterlijk 2 februari 2026 is vastgesteld.
De rechtbank legt een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van de beslistermijn, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het betaalde griffierecht (€53).