Eiseres heeft op 14 mei 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks ingebrekestelling op 15 mei 2025. Eiseres stelde vervolgens op 27 juli 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank Midden-Nederland verklaart het beroep gegrond omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen uiterlijk op 8 juli 2026, zijnde 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 52 weken. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50 per dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000.
De rechtbank wijst de vergoeding van proceskosten af, maar draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53 aan eiseres te vergoeden. Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Vollebregt-Kuipers en griffier M. Landwaart-Ekkelenkamp op 13 oktober 2025.