Eiseres heeft op 22 maart 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiseres op 3 juni 2025 beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 23 maart 2025. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op uiterlijk 16 mei 2026 een besluit te nemen, met inachtneming van een nadere beslistermijn van 60 weken na de wettelijke termijn.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder heeft reeds een dwangsom van €1.442 toegekend, waar de rechtbank zich verder niet over uitlaat. Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €453,50 en het betaalde griffierecht van €53 aan eiseres.