ECLI:NL:RBMNE:2025:5964
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar tegen compensatie kinderopvangtoeslag
In deze zaak heeft eiser, afkomstig uit Bulgarije, beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat hij van mening is dat er niet tijdig is beslist op zijn bezwaar van 4 augustus 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend en op 30 juni 2025 een brief gestuurd waarin zij stelt dat eiser geen procesbelang heeft, omdat er inmiddels een beslissing op bezwaar is genomen. De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van verweerder aanwezig waren.
De rechtbank overweegt dat procesbelang het belang is dat bestaat bij de uitkomst van de procedure. Aangezien de Dienst Toeslagen al op 3 juli 2025 heeft beslist op het bezwaar van eiser, is het geschil tussen eiser en verweerder opgeheven. De rechtbank concludeert dat er geen procesbelang meer is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Eiser heeft ook verzocht om een rechterlijke dwangsom van maximaal € 15.000,- en om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelt dat het toekennen van een dwangsom niet mogelijk is, omdat er geen uitspraak is gedaan over de dwangsom. Eiser kan een verzoek om schadevergoeding indienen bij de behandeling van het inhoudelijke beroep tegen de beslissing op bezwaar. De rechtbank kent wel een proceskostenvergoeding toe aan eiser van € 1.167,01 en bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden.