ECLI:NL:RBMNE:2025:5997

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
4/1958
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij te late Woo-beslissing

Eiser heeft op 19 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder heeft op 21 mei 2024 alsnog een Woo-besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat eiser hierdoor geen belang meer heeft bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

De rechtbank ziet echter aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van €187,-, omdat verweerder te laat heeft beslist en het besluit pas is genomen nadat het beroep was ingesteld. Partijen zijn niet uitgenodigd voor een zitting, aangezien dit niet nodig werd geacht.

De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2025. De griffier was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1958

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 19 maart 2024, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en op 21 mei 2024 alsnog een Woo-besluit heeft genomen.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Procesbelang is het belang dat bestaat bij de uitkomst van de procedure, dus wat de rechtzoekende concreet met het beroep wil of kan bereiken. Dit gaat niet om de vraag of de rechtzoekende gelijk heeft. Het gaat erom dat de rechtzoekende een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij dat in de beroepsprocedure zou krijgen. De vraag of er procesbelang is, wordt daarom beantwoord naar de stand van zaken op het moment van het beoordelen van het beroep. De bestuursrechter doet geen uitspraken uitsluitend vanwege de principiële betekenis ervan. [2]
3. Verweerder heeft op 21 mei 2024 beslist op het verzoek van eiser om informatie op grond van de Woo. Eiser heeft daarom geen belang bij zijn beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen. Daarom moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
4. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
5. De rechtbank ziet wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de betaling van het griffierecht van eiser. Eiser heeft namelijk terecht beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder heeft namelijk te laat beslist op het Woo-verzoek en het besluit van 21 mei 2024 is pas genomen nadat eiser het beroep niet tijdig beslissen heeft ingesteld bij deze rechtbank.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 187,- aan hem te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
A.C. van de Biesebos, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU1396.